Veiligheids- & Gezondheidsbeleid 2019-2020

Inleiding

Dit document bevat een inventarisatielijst veiligheid en plan van aanpak van de peuterspeelzaal De Mus. Het doel is om grote risico’s klein te maken en om kleine risico’s klein te houden. Omdat De Mus een kleine speelzaal is worden alle vertrekken in een keer behandeld.

Dit veiligheids- en gezondheidsbeleid is tot stand gekomen in samenwerking met de beroepskracht, de vrijwilligers en de pedagogisch beleidsmedewerker van De Mus. Ieder half jaar wordt het beleid gezamenlijk doorgesproken, wordt er samen gekeken of alles is geïmplementeerd is, en het geheel geëvalueerd en indien nodig geactualiseerd. De sessies vinden plaats in mei 2019 (na actualisering van het beleid) en in september (bij de start van het nieuwe Musjaar). De actualisering vindt plaats door de verantwoordelijke voor de GGD-regelgeving in het bestuur. Dit is ook degene bij wie de beroepskracht, vrijwilligers en ouders terecht kunnen voor wijzigingen/suggesties tussentijds.

Naast dit beleid hanteren we een checklist ‘veiligheid- en gezondheid’.

Het actuele beleid is in te zien door de beroepskracht, vrijwilligers en ouders bij de Mus en staat ook online.

1. PERSONEEL

Bezetting De Mus

Bij De Mus werken in totaal vijf vaste leidsters, zowel beroepskrachten als vrijwilligers. Iedere dag is er één vaste beroepskracht aanwezig en een of twee vrijwilligers die vaak ook gediplomeerd zijn. Er staan meestal drie leidsters op de groep. De keuze om met drie leidsters op de groep te staan – één meer dan het wettelijk verplichte aantal – heeft ermee te maken dat De Mus over een grote buitenruimte beschikt met meerdere speeltoestellen.

1.1 Taken (betaalde) beroepskracht:

  • Calamiteitenplannen, brandweer, vluchtplan oefening nalopen en 1 à 2 keer per jaar bespreken met het team. Resultaten, nieuwe inzichten en bijzonderheden noteren.
  • Sociale kaart, lijst met belangrijke nummers ophangen en controleren (1x per jaar)
  • Meldcode naar buiten communiceren volgens protocol en bespreken met de aandachtsfunctionaris.
  • Meldcode per kwartaal bespreken met collega’s.
  • Communicatie naar ouders toe op De Mus App.
  • Intakegesprek houden met ouders over de wensen en verwachtingen.
  • EHBO-diploma bijhouden (2-jaarlijks)
  • Controleren en bijvullen van de EHBO-doos (elk kwartaal).
  • Contactpersoon voor communicatie met externe partijen.

1.2 Achterwachtregeling

Als een van de leidsters ziek is, moet dit vóór 8.00 uur gemeld worden aan de bestuursvoorzitter. Indien er een beroepskracht ziek is en er die dag geen andere beroepskracht aanwezig zou kunnen zijn, gaat De Mus niet open. De ouders worden geïnformeerd via de Whats-Appgroep van De Mus. Als een van de vrijwilligers ziek is, worden de volgende maatregelen genomen:

Een van de andere vaste vrijwilligers valt in;
Een van de ouders uit de achterwachtgroep valt in (allen in het bezit van een VOG);
De bestuursvoorzitter (in het bezit van een VOG) valt in;
De beroepskracht staat met één vaste vrijwilliger op de groep (vier-ogenprincipe)

2. VEILIGHEID

Binnenruimte

Vloer:

  • We houden de risico’s op vallen en uitglijden klein door geen losse voorwerpen op de grond te laten liggen en speelgoed na gebruik op te ruimen.
  • Er is voldoende vrije loopruimte.
  • De gehele vloer (en ondervloer) is vervangen in mei 2013 en er ligt sinds die tijd linoleum (in plaats van zeil).
  • De vloer is voldoende stroef en de kinderen dragen schoenen of sokken tijdens de opvang.
  • Met de allerkleinsten oefenen we de kleine helling in het midden van de ruimte zodat dit geen onnodige valpartijen oplevert.
  • De loopruimte en speelruimte zijn van elkaar gescheiden en we laten de kinderen niet spelen op een vloer die net gedweild is. Tijdens de dagelijks schoonmaak spelen de kinderen over het algemeen (tenzij het weer het niet toelaat) buiten of de schoonmaak gebeurt nadat de kinderen weg zijn.

Muur:

  • De muren zijn glad en behandeld met kind/milieu vriendelijke en afneembare verf.
  • Onlangs is alles opnieuw geschilderd.

Garderobe/kapstok:

  • De kapstokken voor de jassen en tassen van de kinderen zitten achter een gladde houten plank op kind hoogte.

Deur(en)

  • Bij veel deuren zijn veiligheidsstrips (1.20) aangebracht om te voorkomen dat er vingers tussen de deur komen. Indien noodzakelijk zijn de strips vervangen of verstevigd (2013).
  • De deur naar de keuken/WC staat standaard op de haak om de vingers tussen de deur te voorkomen.
  • We houden toezicht op het spelen bij deuren en extra bij het openen en sluiten van de deuren als we bijvoorbeeld buiten gaan spelen.

Ramen:

  • Er zijn geen ramen op speel hoogte van de kinderen en we zien erop toe dat de kinderen niet spelen bij de (openstaande) ramen.
  • De kinderen mogen alleen voor het raam gaan staan om te zwaaien naar mama of papa.
  • De kinderen mogen niet spelen met de raamsluiting en we plaatsen geen opstapjes bij openstaande ramen.
  • We hebben rolgordijnen zonder decoratiekoortjes.

Verwarming:

  • De gehele verwarmingsinstallatie is vervanging in januari 2011 door een modern CV systeem.
  • Er zijn geen kachels meer aanwezig in de speelruimte. De CV zelf hangt hoog in de keuken – kinderen kunnen er niet bij.
  • De leidsters zijn zich bewust van de risico’s van het spelen bij radiatoren en houden direct toezicht. Met de kinderen worden afspraken gemaakt over het spelen bij radiatoren (en deuren en ramen): we leren ze spelen op anderen plekken.
  • De radiatoren hebben een bovenhoes en hebben zo geen gevaarlijke hoeken.
  • De radiatoren staan niet te warm en de verwarmingsbuizen hebben schuimen hoezen zodat kinderen zich niet kunnen branden.
  • In 2014 zijn de radiatoren extra afgeschermd door middel van een ombouw.

Verlichting:

  • Alle ruimtes zijn voldoende verlicht en op de tijden dat er kinderen aanwezig zijn, zowel door daglicht als door uv-licht.
  • Alle lampen zijn beveiligd door metalen roosters en / of houders.

Elektra:

  • Stopcontacten zijn geplaatst op minimaal 1.50 meter hoogte.
  • De stopcontacten zijn voorzien van kindveilige wandcontactdozen en er zijn geen losliggende snoeren.
  • Elektrische apparaten zijn zo opgesteld dat ze niet direct bereikbaar zijn voor jonge kinderen.
  • We zien erop toe dat de snoeren zoveel mogelijk achter de apparaten worden weggeborgen.

Giftige stoffen:

  • Giftige stoffen zoals medicijnen of schoonmaakmiddelen worden goed opgeborgen op een hoge plank.
  • In en rond de peuterspeelzaal mag niet gerookt worden.
  • Alle materialen worden bewaard in de originele verpakking zodat iedereen kan zien wat het is.
  • De kinderen zijn buiten of in een ander deel van de ruimte als er schoongemaakt wordt.
  • Jassen en tassen van leidsters (en ouders) worden in de (keuken) kast of hoog aan de kapstok opgeborgen.

Voorkomen van mogelijke verbranding

  • De kinderen hebben geen toegang tot lucifers of aanstekers.
  • De kinderen mogen niet in de keuken (spelen).
  • De CV staat standaard op een koudere stand ingesteld.
  • Kindermeubels en speelgoed staan zo ver mogelijk van radiator / buizen af.
  • Radiatoren staan laag en de verwarmingsbuizen zijn afgeschermd met schuim.
  • In 2014 zijn de radiatoren extra afgeschermd door middel van een ombouw.
  • Waterkoker en koffiezetapparaat zijn op het aanrecht naar achteren geplaatst.
  • We hebben de mogelijkheid tot koken, maar hier wordt geen gebruik van gemaakt en de gaskraan is dichtgedraaid.
  • Er wordt ‘s ochtends thee gedronken met de kinderen en de ouders. De thee zit in een afgesloten thermoskan en de thee wordt vermengd met water gedronken om verbanding te voorkomen.

Meubilair:

  • Gevaarlijke, scherpe of uitstekende delen worden afgeschermd of verwijderd.
  • We maken gebruik van laag op de kinderen afgestemd meubilair.
  • We hebben geen box en kinderbedjes.
  • De kinderen mogen niet op het meubilair klimmen en ze moeten het vragen als ze iets willen hebben waar ze niet bij kunnen.
  • Alle grote kasten die we hebben zijn inbouwkasten of staan vast aan de muur.
  • In de zomer van 2013 heeft de wasbak een onderhoudsbeurt gehad. De wasbak is in 2014 vervangen.

Commode:

  • Er is een paar jaar geleden nieuwe commode geplaatst. Door middel van een trapje kunnen de kinderen zelf de commode opklimmen, als deze is uitgeschoven. De trap is niet zichtbaar als er geen gebruik van wordt gemaakt.
  • De aankleedtafel staat tegen de muur. De aankleedtafel heeft opstaande randen. Ook het aankleedkussen heeft opstaande randen.
  • De regels omtrent het verschonen hangen boven de commode.

Speelgoed:

  • We hanteren gescheiden speelgoed voor binnen en buiten. Met klein speelgoed wordt aan tafel gespeeld zodat er beter toezicht gehouden kan worden.
  • Fopspenen zijn geen speelgoed en worden niet gebuikt op de enkele eigen speen van een kind na en deze wordt na gebruik opgeborgen in zijn of haar mandje.
  • We laten geen speelgoed slingeren en ruimen het na gebruik op.
  • Kapot speelgoed of speelgoed met scherpe randen wordt weggegooid.
  • De houten speelgoedblokken worden regelmatig geschuurd.
  • We gebruiken vooral speelgoed met verzonken schroeven of gelijmd speelgoed.
  • Speelgoed wordt regelmatig schoongemaakt en gecontroleerd op gebreken.

Trap:

  • Bij de Peuterspeelzaal De Mus kan een kind niet van de trap vallen, want er is geen trap aanwezig (behalve bij de aankleedcommode: altijd in aanwezigheid van beroepskracht of vrijwilliger ).

Wijze waarop risico’s worden voorkomen

  • Kind stopt klein voorwerken in de mond
    Kleine voorwerpen worden verwijderd van de grond en buiten bereik van kinderen bewaard.
  • Kind struikelt over buggy
    Buggy’s moeten worden opgevouwen en worden in het halletje geplaatst of onder de plank met de mandjes.
  • Kind rent ongezien naar buiten
    Met de kinderen zijn afspraken gemaakt over het naar buiten gaan.
  • Kind sluit zich op in een ruimte
    De ruimtes zijn niet door de kinderen af te sluiten.
  • Kind wordt door een (huis)dier gebeten
    In de speelzaal zijn geen huisdieren aanwezig.
  • Kind verslikt zich
    We letten erop dat de kinderen hun eten goed kauwen. Druiven en dergelijke worden doorgesneden.
  • Kind trekt plastic zak over het hoofd
    Plastic zakken worden hoog of in een af te sluiten kast opgeborgen.
  • Kind komt in contact met afval
    We gebruiken vuilnisbakken met deksel en de vuilnisbakken worden om de dag of als ze vol zijn geleegd.
  • Kind wordt aan de handen opgetild met als gevolg een elleboog uit de kom
    We tillen kinderen niet aan de handen op, maar onder de oksels, in hun middel of onder de billen.

Buitenruimte

Omgang met mogelijke risico’s bij het buitenspelen
:

  • Bij het buitenspelen wordt er eerst op toegezien dat het toegangshek gesloten is.

De kinderen kunnen niet meteen de straat oprennen.

  • Als de kinderen buiten zijn is er minimaal 1 leidster (of ouder) buiten.
  • Mocht een kind onverhoopt naar buiten rennen dan is hij/zijdoor de grote ramen gericht op het speelterrein buiten direct goed te zien.
  • De groene nooddeur staat vaak open en is anders bij brand weer snel te openen.
  • De regels omtrent het buitenspelen zijn in het halletje en in de schuur opgehangen.

We hebben een overzicht gemaakt met de regels omtrent het buitenspelen. Deze regels zijn zichtbaar voor ouders opgehangen.

Vernieuwing buitenruimte
Begin 2018 is de buitenruimte geheel vernieuwd, zodat alle speeltoestellen nu voldoen aan de keuringseisen en risico’s zoveel mogelijk worden uitgesloten.

Speeltoestel(len)

  • Bij de schommel hebben we een zachte ondergrond laten doorlopen tot 2 meter in de Er zijn houtsnippers bij de schommels aangebracht. De speeltoestellen worden jaarlijks geïnspecteerd op scherpe randen of gebreken worden gerepareerd of verwijderd.
  • Onlangs zijn er schuimstukken aangebracht op de hoeken van het hek om de schommels
  • Er wordt altijd toezicht gehouden bij de speeltoestellen en bij het buitenspelen.
  • In verband met mogelijke beknelling zijn er gedragafspraken gemaakt over omver fietsen of botsen.
  • De zandbak wordt na afloop altijd afgeschermd d.m.v. een zandbaknet.

Omheining

  • Het terrein is afgesloten door middel van een hek en er wordt voor en tijdens het buitenspelen op toegezien dat het hek gesloten blijft.
  • Ook na gebruik (komen/gaan) moet het hek goed worden gesloten.
  • De deurklink van het hek zit zo hoog dat de kinderen er zelf niet zomaar bij kunnen. Om dit risico geheel uit te sluiten is in 2013 de klink aangepast. De klink is vervangen door een klink met ingebouwd kinderslot
  • het hek is alleen door volwassenen te openen.

Voorkomen van risico’s op het plein:

  • Verwijderen van risicovolle oneffenheden om uitglijden te voorkomen.
  • Zorg voor een goed afwatering.
  • Bladeren in de herfst worden opgeveegd
  • Bemoste gedeelten worden schoongemaakt.
  • Bij sneeuw/ijs wordt de stoep geveegd en/of met pekel gestrooid.

Voorkomen dat kinderen eten van giftige planten of struiken:

  • Giftige planten en struiken zijn verwijderd.
  • De klimopblaadjes worden regelmatig gesnoeid tot 1.50 meter hoogte.
  • We leren de kinderen niet van planten, besjes en paddenstoelen te eten!

Voorkomen dat een kind te water raakt:

  • Bij de Mus is op de speelplaats geen open water.
  • Eventuele zwembadjes bij mooi weer worden alleen onder toezicht gebruikt.

Kind raakt gewond door gevaarlijk (tuin)gereedschap of bestrijdingsmiddel:

  • Gevaarlijks tuingereedschap en bestrijdingsmiddelen worden buiten bereik van kinderen bewaard.
  • We gebruiken geen gevaarlijke bestrijdingsmiddelen/gevaarlijk tuingereedschap waar de kinderen bij zijn.
  • Tuingereedschap wordt na gebruik direct opgeborgen.

Protocol bij verdrinking, verbranden, protocol bij vergiftiging, van hoogte vallen:

  • Meld je naaste collega dat een kind in ernstig problemen is en draag de zorg voor andere kinderen over.
  • Blijf kalm, denk helder na.
  • De beroepskracht heeft een up to date EHBO diploma voor kinderen. De beroepskracht beoordeelt de situatie en belt zonodig 112.
  • Als de situatie onder controle is: informeer je vervolgens alle andere betrokkenen die weten dat het kind in problemen is/was.
  • Is het belangrijk om na te gaan wat de reden voor de verdrinking/verbranding/vergiftiging of val was, zodat een herhaling voorkomen kan worden.

Maandelijks wordt er door het bestuur op toegezien dat de geplande klussen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd.

3. SOCIALE VEILIGHEID

Ten aanzien van sociale veiligheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s:

  • Grensoverschrijdend gedrag
  • Vermissing

3.1 Grensoverschrijdend gedrag

Grensoverschrijdend gedrag door volwassene of kinderen kan een enorme impact hebben op het welbevinden van het getroffen kind. Onder grensoverschrijdend gedrag verstaan we seksuele, fysieke en psychische grensoverschrijdingen. Op de Mus heeft dit dan ook bijzondere aandacht. We hebben de volgende maatregelen genomen om grensoverschrijdend gedrag met elkaar te voorkomen en wat te doen als we merken dat het toch gebeurt:

We streven binnen de Mus naar een open aanspreekcultuur. We spreken elkaar aan, wanneer we het gevoel hebben of zien dat een collega niet handelt volgens de regels, of ongewenste intimiteiten vertoont. We leggen de nadruk op openheid en collegialiteit, zodat de ruimte ontstaat met elkaar in gesprek te gaan en te blijven.

Aanspreekbaar handelen is dan ook een competentie die mee wordt genomen in gespreksvoering met de beroepskracht en de vrijwilligers.

In het pedagogisch beleidsplan hebben we opgenomen dat kinderen wordt geleerd hoe je met elkaar om kunt gaan. Zoals aangegeven in het pedagogisch beleidsplan:

Omdat peuters nog niet goed weten wat samen spelen is en omdat ze de wereld om zich heen nog egocentrisch (vanuit zichzelf) bekijken, zijn er regelmatig kleine conflicten. Wat hij wil hebben, wil hij dadelijk, ongeacht of er een ander kind mee speelt. Sterker nog, juist omdat een ander kind ergens plezier in heeft, wordt hij op het idee gebracht. Zo is samenspel vooral voor de jongste peuters een afwisseling van spel en kleine ruzietjes. Ingrijpen door de leidsters is echter bijna nooit nodig, omdat de ruzietjes het spel nauwelijks lijken te beïnvloeden. Bij gedrag dat niet genegeerd kan en mag worden, zoals plagen, pesten, buitensluiten of elkaar pijn doen, wordt er door de leidsters ingegrepen. Geduldig en vriendelijk, maar wel duidelijk wordt uitgelegd waarom iets niet mag. Als het nodig is wordt het kind even apart genomen en apart gezet om tot rust te komen. (pedagogisch beleid 2019)

De volgende maatregelen worden genomen om grensoverschrijdend gedrag te voorkomen:

  • Alle pedagogisch medewerkers hebben een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en worden continu gescreend. Ze zijn opgenomen in het personenregister en gekoppeld aan de Mus
  • We werken met een vier-ogenbeleid
  • Pedagogisch medewerkers kennen het vier-ogenbeleid
  • Het vier-ogenbeleid wordt goed nageleefd
  • Er is een protocol (Meldcode) wat te doen als kindermishandeling of een onveilige thuissituatie wordt vermoed. Deze Meldcode wordt  jaarlijks vanaf 2018 in een teamvergadering besproken worden.

3.2 Vermissing kind.

Bij vermissing van een kind hebben we het volgende protocol opgesteld:

  • Meld je naaste collega dat je een kind mist en draag de zorg voor andere kinderen over.
  • Blijf kalm, denk helder na. Wanneer heb je het kind voor het laatst gezien? Wat was het kind aan het doen? Waar zou het mis kunnen zijn gegaan?
  • Bekijk eerst goed de binnen- en buitenruimte van de Mus (ook de wc’s). Roep ondertussen het kind. Kijk ook op plaatsen waar kinderen zich kunnen verbergen. Het kan voorkomen dat een kind zich verstopt en dan in slaap valt.
  • Schakel meerdere collega’s in om te helpen zoeken.
  • Als het kind niet in het gebouw of de speelplaats van de Mus te vinden is, ga dan buiten zoeken. Neem als het kan een foto van het kind mee. Neem een telefoon mee, zodat je bereikbaar bent, mocht een collega het kind vinden.
  • Vraag aan voorbijgangers of zij een kind hebben gezien. Zoek buiten eerst op de plekken waar het kind gevaar zou kunnen oplopen (water, putten, parkeerplaatsen etc.).
  • Een andere collega die niet aan het zoeken is brengt het bestuur op de hoogte. Wanneer de situatie het toelaat zal het bestuur helpen met zoeken, of zal de coördinatie van de zoekactie op zich nemen.
  • Na de 15 minuten zoeken belt de beroepskracht de politie: 0900 – 8844. Zorg voor een signalement.
    Noteer de naam van de politiefunctionaris die je geholpen heeft aan de telefoon en, zodra dat bekend is, de naam van de politiefunctionaris die als je contactpersoon aangewezen is. Bespreek met de politiefunctionaris welke acties je verder dient te ondernemen.
  • Indien mogelijk vangt de beroepskracht of een bestuurder de ouders op wanneer zij op het kinderdagverblijf arriveren,. In samenwerking met de politie wordt er een plan van aanpak gemaakt.
  • Als het vermiste kind terecht is:
    Informeer je de politie als deze ingeschakeld is.
    Informeer je vervolgens alle andere betrokkenen die weten dat het kind vermist is.
  • Is het belangrijk om na te gaan wat de reden voor de vermissing was, zodat een herhaling voorkomen kan worden.

De volgende maatregelen worden genomen om vermissing te voorkomen:

  • Het hek is altijd dicht.
  • We maken ouders er alert op dat ze niet zomaar iedereen mee laten lopen.

4. GEZONDHEID

Ten aanzien van gezondheid hebben we de volgende risico’s gedefinieerd als grote risico’s.

  • Ziektekiemen
  • Medisch handelen
  • Buiten

4.1 Ziektekiemen

Risico:Kind komt in contact met ziektekiemen via ongewassen handen of onzorgvuldig gewassen handen van pedagogisch medewerkers

Afspraken:

Handen wassen:

  • Voor het aanraken en bereiden van voedsel.
  • Voor het eten of het helpen met eten.
  • Voor wondverzorging.
  • Voor het aanbrengen van zalf of crème.
  • Na hoesten, niezen en snuiten.
  • Na toiletgebruik.
  • Na het verschonen van een kind.
  • Na het buiten spelen.
  • Na contact met lichaamsvochten zoals speeksel, snot, braaksel, ontlasting, wondvocht of bloed.
  • Na contact met vuile was of afval.
  • Na het schoonmaken.

Risico:Kind krijgt ziektekiemen binnen door het eten van onhygiënisch bereide voeding of bedorven voeding

Afspraken:

  • Medewerkers dragen zorg voor goede handhygiëne.
  • Voedselbereiding en verschonen gebeurt op gescheiden plaatsen.
  • Voedsel wordt in een schone omgeving bereid.
  • Er wordt schoon keukenmateriaal gebruikt.
  • Restjes worden niet hergebruikt.
  • Gekoelde producten worden na aflevering direct in de koelkast opgeborgen.
  • Gekoelde producten worden onder de 7 graden bewaard.
  • Gekoelde producten langer dan 30 minuten buiten de koelkast worden weggegooid.

Risico:Kind komt via vuil speelgoed in contact met ziektekiemen

Afspraken:

  • Speelgoed wordt maandelijks gereinigd.
  • Speelgoed wordt na vervuiling met bloed, diarree of braaksel gedesinfecteerd.
  • Pedagogisch medewerkers vervangen beschadigd speelgoed direct
  • Speelgoed voor binnen en buiten wordt gescheiden
  • Verkleedkleren worden op 40 graden gewassen.
  • Verkleedkleren worden regelmatig gewassen.
  • Knuffels en stoffen speelgoed worden regelmatig gewassen.

Risico:Kind komt in aanraking met ontlasting/urine

Afspraken:

  • Luiers worden direct na het verschonen in de luieremmer gedaan
  • Na iedere verschoonronde, wordt de verschoontafel schoongemaakt. Na het verschonen wassen de medewerkers hun handen
  • De toiletten worden iedere dag schoongemaakt door onze schoonmakers. Zijn de toiletten tussendoor zichtbaar vuil, dan worden deze schoongemaakt door onze medewerkers.
  • Kinderen wassen hun handen na toiletgebruik

Risico:Kind heeft een klein wondje

Afspraken:

  • Was de handen voor en na de wondverzorging
  • Spoel het wondje schoon met water
  • Dep pus of wondvocht met een steriel gaasje
  • Dek het wondje af met een pleister of verband


4.2 Medisch handelen

Risico:Kind krijgt medicatie toegediend

Afspraken:

  • Wij geven als medewerkers alleen medicatie als wij schriftelijk toestemming hebben van de ouder.
  • Op de medicatie schrijven we de naam van het kind. We houden bij in onze registratie wanneer we welke medicatie hebben toegediend.
  • Als de medicatie een lange periode aanhoudt, controleren we de houdbaarheidsdatum

4.3 Buiten

Risico: Kind wordt door een bij/wesp gestoken

Afspraken:

  • Eten en drinken doen we binnen.
  • Plakkerige handen en monden worden voor het buiten spelen schoongemaakt

Risico:Kind komt via in zandbak aanwezige ontlasting in contact met ziektekiemen

Afspraken:

  • Net over de zandbak plaatsen na gebruik.
  • Eten en drinken doen we niet buiten.
  • Handen wassen na het spelen in de zandbak.
  • Ontlasting wordt als het aanwezig is uit de zandbak geschept.
    Jaarlijks wordt het zand vernieuwd.

5. KLEINE RISICO’S

Bij de Mus willen we onze kinderen een zo veilig en gezond mogelijke opvang bieden. Hierbij willen we ongelukken of ziekte als gevolg van een bijvoorbeeld niet schoon of ondeugdelijk speelgoed voorkomen. Maar met overbescherming doen we de kinderen uiteindelijk ook geen goed. Daarom beschermen we de kinderen tegen onaanvaardbare risico’s. Een bult, een schaafwond of iets dergelijks kan gebeuren. Sterker nog, er zit ook een positieve kant aan.

Leren omgaan met risico’s is erg belangrijk voor kinderen. Internationaal wetenschappelijk onderzoek toont aan dat leren omgaan met risico’s goed is voor de ontwikkeling van kinderen. Door het ervaren van risicovolle situaties, bijvoorbeeld tijdens het spelen, ontwikkelen kinderen risicocompetenties: ze leren risico’s inschatten en ontwikkelen cognitieve vaardigheden om de juiste afwegingen te maken wanneer er een risicovolle situatie zich opnieuw voordoet.
Het nemen van risico’s is een onderdeel van de ‘gereedschapskist’ voor effectief leren. Risicovol spelen ontwikkelt een positieve houding van ‘ik kan het’ en daarmee gaat een kind uitdagingen meer zien als iets om van te genieten dan om te vermijden. Dit vergroot onafhankelijkheid en zelfvertrouwen, wat belangrijk kan zijn voor hun doorzettingsvermogen als ze geconfronteerd worden met uitdagingen. Het leren omgaan met risico’s heeft een positieve invloed op fysieke en mentale gezondheid van kinderen en op het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Kinderen staan sterker in hun schoenen en kunnen beter conflicten oplossen en emoties herkennen van speelmaatjes.
Bewegingen die veel voorkomen bij risicovol spelen, zoals slingeren, klimmen, rollen, hangen en glijden, zijn niet alleen leuk voor kinderen, maar ook van essentieel belang voor hun motorische vaardigheden, balans, coördinatie en lichaamsbewustzijn. Kinderen die dat niet doen zijn vaker onhandig, voelen zich ongemakkelijk in hun eigen lichaam, hebben een slechte balans en bewegingsangst.

Daarom aanvaarden wij op onze opvang de risico’s die slechts kleine gevolgen kunnen hebben voor de kinderen en leren ze hier op een juiste manier mee om te gaan. Om risicovolle speelsituaties veilig te houden moeten kinderen zich daarom tijdens spelsituaties of activiteiten houden aan diverse afspraken. Daarnaast zijn er afspraken over hoe om te gaan met spullen als speelgoed en gereedschap, dit om te voorkomen dat door oneigenlijk gebruik letsel kan ontstaan.

Om gezondheidsrisico’s te beperken en de kinderen hieraan zelf bij te laten dragen zijn daarom goede afspraken met kinderen noodzakelijk. Voorbeelden van afspraken die met kinderen zijn gemaakt zijn het wassen van de handen na het toiletbezoek of het niezen of hoesten in de arm/mouw. Ook leren de kinderen dat ze niet met de afvalemmer mogen spelen, maar dat ze wel iets weg mogen gooien in de afvalemmer.

6. SOCIALE VEILIGEHEID

De Mus maakt gebruik van de Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en gebruikt daarvoor de afwegingskaders en voert daarbij mogelijk een gesprek met de ouders. Bij andere gesignaleerde problemen – bijvoorbeeld in de ontwikkeling van kinderen – worden de ouders op de hoogte gesteld. Voor verdere uitwerking hiervan zie het pedagogisch beleid (hoofdstuk 4). In het pedagogisch beleid staat tevens omschreven hoe een goede sociale omgang tussen kinderen gestimuleerd wordt en wat er wordt gedaan in situaties van pesten/ plagen (hoofdstuk 2 (doel 3 en doel 4).