Veiligheid en gezondheidsbeleid

Hieronder vindt u het veiligheid en gezondheidsbeleid van De Mus, het beleidsstuk waarin wordt geschreven hoe wordt omgegaan met risico’s bij De Mus en hoe gehandeld wordt in het geval van een onveilige/ ongezonde situatie. Het huidige stuk dateert van december 2017.

1. Veiligheid

In 2016 heeft peuterspeelzaal De Mus een grootschalige verbouwing ondergaan van de binnenruimte. De ruimte en het meubilair is afgestemd op kinderen en voldoet aan de kwaliteitseisen van de GGD en de brandweer. De Mus neemt preventieve maatregelen om ongevallen te voorkomen: er zijn voldoende brandblusmiddelen en een vrije nooduitgang, er ligt een presentielijst binnen handbereik en alle schoonmaakmiddelen staan hoog, buiten het bereik van de kinderen.

De voornaamste risico’s zijn omschreven in hoofdstuk 4: Inventarisatielijst risico’s, veiligheid en plan van aanpak. Het bestuur bekijkt jaarlijks of de inventarisatielijst up-to-date is. Dit veiligheid- en gezondheidsdocument is bij De Mus opgeborgen en voor iedereen inzichtelijk.

1.1 Vierogenprincipe

Hoewel De Mus over één grote open binnenruimte beschikt met veel ramen die uitkijken op de buitenspeelplaats, kan het gebeuren dat een leidster kort alleen is met kinderen. De leidsters nemen het vierogenprincipe in acht en kunnen hun werkzaamheden uitsluitend verrichten terwijl zij gezien of gehoord worden door een andere volwassene. De volgende maatregelen worden getroffen:

Alle (toilet)deuren blijven open en het toiletbezoek is kortdurend wanneer een leidster naar de wc gaat met een kind.
Toezicht bij buitenspelen. Vanuit binnen is de leidster die op dat moment buiten speelt met kinderen altijd te zien door de grote ramen. De ramen houden we met opzet vrij van teveel plakwerkjes zodat iedereen goed zicht heeft op elkaar en op de kinderen. De buitenspeelplaats is overigens volledig omringd door woningen.
De peuterspeelzaal is één grote open ruimte. In de zomer staat ook de deur naar de buitenspeelplaats vaak open.

1.2 Veiligheidssignalering

De leidsters zijn op de hoogte van de inventarisatielijst veiligheid en attenderen het bestuur als er actie ondernomen moet worden op het gebied van veiligheid. Bijvoorbeeld als er iets stuk is gegaan of aan vervanging toe is.

1.3 Richtlijnen voor ongevallen en noodsituaties

Minstens één leidster per dag heeft een geldig EHBO diploma; de vaste beroepskracht die alle vier de dagen aanwezig is, is in het bezit van een rode kruis EHBO diploma.
Er hangt een lijst met belangrijke nummers voor spoedeisende hulp, artsen en taxi
Direct bij binnenkomst hangt de ontruimingstekening;
Als er iets met een kind op de peuterspeelzaal gebeurt, nemen de leidsters direct contact op met de ouders;
Een lijst met contactgegevens van de ouders hangt op aan de wand bij binnenkomst en wordt regelmatig herzien.

2. Gezondheid

2.1 Richtlijnen voor het omgaan met zieke kinderen

Kinderen met koorts mogen niet naar De Mus gebracht worden. In het geval van een (lichte) verhoging moeten de ouders overleggen met de leidsters van die dag;
Als kinderen ziek worden tijdens de ochtend, worden ouders gebeld, met het verzoek hun kind op te komen halen;
Als een kind niet lekker is, kan het eventueel op de bank gaan liggen rusten;
Zodra gemeld wordt dat een kind een besmettelijke ziekte heeft meldt een ouder dit in de WhatsApp-groep van de ouders en aan de leidsters van de Mus. Dit betreft ziektes zoals waterpokken en hoofdluis.

2.2 Richtlijnen voor de persoonlijke hygiëne

Bij verkoudheid wordt de neus met tissues schoongemaakt;
Na het naar de wc gaan en voor het eetmoment wassen de kinderen en leidsters hun handen;
Na het luiers verschonen wassen leidsters hun handen;
Na iedere verschoning wordt het verschoonkussen gereinigd met een oplossing van schoonmaakmiddel en water. Na diarree en bloederige ontlasting wordt na het reguliere schoonmaken tevens ontsmet met alcohol.
Kinderen worden ondersteund bij het zindelijk worden, zodra daar thuis mee gestart is;
Er is reservekleding aanwezig om kinderen bij ongelukjes te verschonen.

2.3 Richtlijnen voor het schoonhouden van de binnenruimte

De leidsters ruimen zelf en met de kinderen het speelgoed op;
Dagelijks wordt de ruimte door één van de ouders schoongemaakt of wordt er een vaste schoonmaakster ingezet die na sluiting komt schoonmaken;
Het speelgoed wordt maandelijks schoongemaakt door een ouder;
Vuilnis wordt in vuilnisbakken met deksel bewaard en om de dag of als ze vol zijn geleegd.

2.4 Richtlijnen voor het schoonhouden van de buitenruimte

Blaadjes opvegen (herfst);
Bemoste gedeelte schoonmaken;
Bij sneeuw/ijs de stoep vegen of pekel strooien;
Tuin rondom vrij houden van giftige plant of struiken. Van klimop de blaadjes snoeien tot 1.50 meter hoogte;
Kinderen leren niet van planten, besjes en paddenstoelen te eten;
Bij het tuinonderhoud worden geen gevaarlijke bestrijdingsmiddelen gebruikt;
Tuingereedschap wordt na gebruik direct opgeborgen.

3. Personeel

3.1 Bezetting de Mus

Bij De Mus werken in totaal vijf vaste leidsters, zowel beroepskrachten als vrijwilligers. Iedere dag is er minimaal één beroepskracht aanwezig en twee vrijwilligers die vaak ook gediplomeerd zijn. Er staan iedere dag drie leidsters op de groep. De keuze om met drie leidsters op de groep te staan – één meer dan het wettelijk verplichte aantal – heeft ermee te maken dat De Mus over een grote buitenruimte beschikt met meerdere speeltoestellen.

3.2 Achterwachtregeling

Als een van de leidsters ziek is, moet dit vóór 8.00 uur gemeld worden aan de bestuursvoorzitter. Indien er een beroepskracht ziek is en er die dag geen andere beroepskracht aanwezig zou kunnen zijn, gaat De Mus niet open. De ouders worden geïnformeerd via mail en de Whats-appgroep van de Mus. Als een van de vrijwilligers ziek is, worden de volgende maatregelen genomen:

Een van de andere vaste vrijwilligers valt in;
Een van de ouders uit de achterwachtgroep valt in (allen in het bezit van een VOG);
De bestuursvoorzitter (in het bezit van een VOG) valt in;
De beroepskracht staat met één vaste vrijwilliger op de groep (vier-ogenprincipe)

3.3 Verklaring omtrent gedrag (VOG)

Alle leidsters zijn in het bezit van een VOG op het moment dat ze op de groep staat

4. Inventarisatielijst risico’s, veiligheid en plan van aanpak

Dit hoofdstuk bevat een actielijst om grote risico’s klein te maken en om kleine risico’s klein te houden. Dit ten einde dat kinderen veilig kunnen spelen bij De Mus.

4.1 Binnenruimte

De binnenruimte van de mus bestaat uit een speellokaal met een achterin een kleine keuken en toiletten. Omdat de peuterspeelzaal De Mus een kleine speelzaal is worden alle vertrekken in een keer behandeld.

Trap:
Bij de Peuterspeelzaal de Mus kan een kind niet van de trap vallen, want er is geen trap aanwezig.

Vloeren:
We houden de risico’s op vallen en uitglijden klein door geen losse voorwerpen op de grond te laten liggen en speelgoed na gebruik op te ruimen. Er is voldoende vrije loopruimte.
De gehele vloer (en ondervloer) is vervangen in mei 2013 en er ligt sinds die tijd linoleum (in plaats van zeil).
De vloer is voldoende stroef en de kinderen dragen schoenen of sloffen tijdens de opvang. Met de allerkleinsten oefenen we de kleine helling in het midden van de ruimte zodat dit geen onnodige valpartijen oplevert.
De loopruimte en speelruimte zijn van elkaar gescheiden en we laten de kinderen niet spelen op een vloer die net gedweild is. Tijdens de dagelijks schoonmaak spelen de kinderen over het algemeen (tenzij het weer het niet toelaat) buiten.

Muren:
De muren zijn glad en behandeld met kind/milieu vriendelijke en afneembare verf. Onlangs is alles opnieuw geschilderd.

Garderobe/kapstok:
De kapstok voor de kinderen bestaat uit veilige haken verborgen achter een rand zodat de kinderen zich niet kunnen bezeren.

Deur(en):
Bij veel deuren zijn veiligheidsstrips (1.20) aangebracht om te voorkomen dat er vingers tussen de deur komen. Indien noodzakelijk zijn de strips vervangen of verstevigd (2013).
De deur naar de keuken/WC staat standaard op de haak om de vingers tussen de deur te voorkomen.
We houden toezicht op het spelen bij deuren en extra bij het openen en sluiten van de deuren als we bijvoorbeeld buiten gaan spelen.

Ramen:
Er zijn geen ramen op speelhoogte van de kinderen en we zien erop toe dat de kinderen niet spelen bij de (openstaande) ramen. Ze mogen alleen voor het raam gaan staan om te zwaaien naar mama of papa. De kinderen mogen niet spelen met de raamsluiting en we plaatsen geen opstapjes bij openstaande ramen.
We hebben gordijnen zonder decoratiekoortjes.

Verwarming:
De gehele verwarmingsinstallatie is vervangen in januari 2011 door een modern CV systeem. Er zijn geen kachels meer aanwezig in de speelruimte.
De CV-ketel zelf hangt hoog in de keuken. De kinderen kunnen er niet bij.
De leidsters zijn zich bewust van de risico’s van het spelen bij (deuren en ramen en ) radiatoren en houden direct toezicht. Met de kinderen worden afspraken gemaakt over het spelen bij deuren, ramen en radiatoren. We leren ze te spelen op anderen plekken.
De radiatoren hebben een bovenhoes en hebben zo geen gevaarlijke hoeken. De radiatoren staan niet te warm en de verwarmingsbuizen hebben schuimen hoezen zodat kinderen zich niet kunnen branden. In 2014 zijn de radiatoren extra afgeschermd door middel van een ombouw.

Ventilatie:
De buitendeur staat altijd op een kier, waardoor er voldoende sprake is van ventilatie. Ook kunnen de ramen op een kier. Er zijn geen afgesloten ruimtes bij de mus die apart geventileerd dienen te worden.

Verlichting:
Alle ruimtes zijn voldoende verlicht op de tijden dat er kinderen aanwezig zijn, zowel door daglicht als door kunstmatig licht. Alle lampen zijn beveiligd door metalen roosters en / of houders.

Elektra:
Stopcontacten zijn geplaatst op minimaal 1.50 meter hoogte. De stopcontacten zijn voorzien van kindveilige wandcontactdozen en er zijn geen losliggende snoeren.
Elektrische apparaten zijn zo opgesteld dat ze niet direct bereikbaar zijn voor jonge kinderen. We zien erop toe dat de snoeren zoveel mogelijk achter de apparaten worden weggeborgen.

Giftige stoffen:
Giftige stoffen zoals medicijnen of schoonmaakmiddelen worden goed opgeborgen op een hoge plank.
In en rond de peuterspeelzaal mag niet gerookt worden.
Alle materialen worden bewaard in de originele verpakking zodat iedereen kan zien wat het is.
De kinderen zijn buiten of in een ander deel van de ruimte als er schoongemaakt wordt. Jassen en tassen van leidsters (en ouders) worden in de (keuken) kast of hoog aan de kapstok opgeborgen.

Verbranding:
De kinderen hebben geen toegang tot lucifers of aanstekers
In de ruimte waar de kinderen verblijven is geen warm water.
De kinderen mogen niet in de keuken (spelen)
De CV staat standaard op een koudere stand ingesteld. Kindermeubels en speelgoed staan zo ver mogelijk van radiator / buizen af. Radiatoren staan laag en de verwarmingsbuizen zijn afgeschermd met schuim. In 2014 zijn de radiatoren extra afgeschermd door middel van een ombouw.
Waterkoker en koffiezetapparaat zijn op het aanrecht naar achteren geplaatst.
Er wordt ‘s ochtends thee gedronken met de kinderen en de ouders. De thee zit in een afgesloten thermoskan en de thee wordt vermengd met koud water gedronken om verbanding te voorkomen.

Allergieën
Bij de intake wordt nagegaan of er sprake is van een (voedsel)allergie bij het nieuw te komen kind
De leidsters zijn op de hoogte van eventuele allergieën van kinderen
Ouders geven zelf eten mee voor de lunch en hebben hiermee deels zelf de controle en verantwoordelijk voor wat het kind eet. Bij verjaardagen/ feestjes zien de leidsters erop toe dat het kind met een allergie niet in aanraking komt met het allergene middel. Dit betekent ook kruisbestuiving, dus voedingswaren apart serveren en goede hygiëne.
Met de betreffende ouders wordt een plan van aanpak gemaakt mocht er onverhoopt toch een besmetting plaatsvinden. Dit kan zijn medicijnen toedienen of 112 bellen (bij bijv. ernstige pinda allergie). De afspraken zijn bekend bij de leidsters en worden zichtbaar opgehangen in de keuken.

Meubilair:
We beschikken over een grote verrijdbare groepstafel met banken waar alle kinderen veilig aan kunnen zitten.
Gevaarlijke, scherpe of uitstekende delen worden afgeschermd of verwijderd.
We maken gebruik van laag op de kinderen afgestemd meubilair.
We hebben geen box en kinderbedjes.
De kinderen mogen niet op het meubilair klimmen en ze moeten het vragen als ze iets willen hebben waar ze niet bij kunnen. Alle grote kasten die we hebben zijn inbouwkasten of staan vast aan de muur.
In de zomer van 2013 heeft de wasbak een onderhoudsbeurt gehad. De wasbak is in 2014 vervangen.

Commode:
In 2016 is er een nieuwe commode geplaatst.
Door middel van een trapje kunnen de kinderen zelf de commode opklimmen, als deze is uitgeschoven. De trap is niet zichtbaar als er geen gebruik van wordt gemaakt.
De aankleedtafel staat tegen de muur. De aankleedtafel heeft opstaande randen, evenals het aankleedkussen.
De regels omtrent het verschonen hangen boven de commode.

Speelgoed:
We hanteren gescheiden speelgoed voor binnen en buiten.
Met klein speelgoed wordt aan tafel gespeeld zodat er beter toezicht gehouden kan worden.
Fopspenen zijn geen speelgoed en worden niet gebuikt. Soms wordt de eigen speen van een kind toegestaan (bij pijn of verdriet), maar deze wordt na gebruik opgeborgen in zijn of haar mandje.
We laten geen speelgoed slingeren en ruimen het na gebruik op.
Kapot speelgoed of speelgoed met scherpe randen wordt weggegooid.
De houten speelgoedblokken worden regelmatig geschuurd.
We gebruiken vooral speelgoed met verzonken schroeven of gelijmd speelgoed.
Speelgoed wordt regelmatig schoongemaakt en gecontroleerd op gebreken.
Kleine voorwerpen worden verwijderd van de grond en buiten bereik van kinderen bewaard.

5. Buitenruimte

De Mus is in het bezit van een ruime buitenspeelplaats. De buitenspeelplaats is betegeld, er staan meerdere speeltoestellen, een picknicktafel en twee schuurtjes waar het buitenspeelgoed in opgeborgen wordt. In het voorjaar van 2018 wordt de buitenruimte vernieuwd. De oneffenheden worden verwijderd en de afwatering wort verbeterd. De glijbaan wordt vervangen. We zorgen ervoor dat alle speeltoestellen voldoen aan de keuringseisen.

5.1 Speeltoestellen:

De Mus is in het bezit van een ruime buitenspeelplaats met speeltoestellen. In 2018 is de buitenspeelplaats vernieuwd. De oude glijbaan is verwijderd. Er is een nieuw speelhuis met glijbaan voor in de plaats gekomen. Ook zijn de schommels in zijn geheel vernieuwd en zijn de oude, rubberen valtegels verwijderd. Hiervoor zijn houtsnippers in de plaats gekomen. De houtsnippers lopen nu 2 meter extra door in de bewegingsrichting. De speeltoestellen voldoen aan de keuringseisen.
De speeltoestellen worden jaarlijks geïnspecteerd op scherpe randen en  gebreken en deze worden gerepareerd  of verwijderd. De bevindingen worden bijgehouden in een logboek ontwikkeld door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit. De toestellen worden gekeurd door het Keurmerkinstituut te Zoetermeer.
Er wordt altijd toezicht gehouden bij de speeltoestellen en bij het buitenspelen.
Er worden gedragsafspraken gemaakt als er meerdere kinderen tegelijk fietsen of steppen. Dit om botsen, omver rijden en beknelling te voorkomen.
De zandbak is afgeschermd d.m.v. een zandbaknet

5.2 Omheining

Het terrein is afgesloten door middel van een hek en er wordt voor en tijdens het buitenspelen op toegezien dat het hek gesloten blijft.
Ook tijdens gebruik (komen/gaan van ouders en kinderen) moet het hek goed worden gesloten.
De deurklink van het hek zit zo hoog dat de kinderen er zelf niet zomaar bij kunnen. Om dit risico geheel uit te sluiten is in 2013 de klink aangepast. De klink is vervangen door een klink met ingebouwd kinderslot. Hiermee is het hek is alleen door volwassenen te openen.
Mocht een kind onverhoopt (buiten de afspraak om) naar buiten rennen dan is hij/zij door de grote ramen gericht op het speelterrein buiten direct goed te zien. De straat is niet bereikbaar vanaf het speelterrein.

5.3 Regels buitenspelen

De regels omtrent het buitenspelen zijn voor iedereen zichtbaar opgehangen (in het halletje).
Als er kinderen buiten spelen moet er minimaal één leidster buiten zijn;
Voordat de kinderen naar buiten gaan wordt gecontroleerd of het hek gesloten is. De kinderen kunnen het hek zelf niet openmaken doordat de sluiting hoog zit.
De glijbaan mag niet zonder toezicht gebruikt worden. De kinderen moeten van een klimtrap gebruik maken om te glijden.
De schommels zijn omsloten door middel van een hek. De kinderen mogen zelfstandig schommelen, maar dan mogen er niet meer dan twee kinderen binnen het hek zijn. Als er een leidster binnen het hek staat, mogen de kinderen binnen het hek op hun beurt wachten.
Er mogen geen kinderen in de schuur (spelen). Leidsters halen de fietsen en het buitenspeelgoed uit de schuur en ruimen het daar weer op.
Tuingereedschap opbergen en buiten het bereik van kinderen houden.
De zandbak is dicht als het net erover gespannen is en er mag niet op het hek worden gelopen. Er mogen geen fietsen in de zandbak. Het zand moet in de zandbak blijven.
Binnen- en buitenspeelgoed (met uitzondering van de poppenwagens) moet gescheiden blijven.
Kinderen mogen alleen buitenspelen met daarvoor geschikte zomer- of winterkleren en de kinderen mogen buiten niet zonder schoenen lopen. Bij zonnig weer worden de kinderen ingesmeerd met zonnebrandcrème. Let op insectenbeten!
Vuil direct opruimen.

5.4 Het gebruik van water of het zwembadje

Bij mooi weer mogen de kinderen buitenspelen met water (emmers water of plantjes water geven met de gieter). Om dit veilig te houden is er een aantal voorwaarden gesteld. Deze hangen in het halletje in het zicht voor iedereen:
Als er buiten gespeeld wordt met water blijft de zandbak dicht.
Het zwembadje mag buiten gezet worden en worden gevuld met water.
Het zwembadje mag alleen onder toezicht gebruikt worden. Gebruik geen koud water, maar lauwwarm.
Het zwembadje wordt gevuld met emmers water, niet met de brandhaspel i.v.m. verzegeling.
Nooit meer water in het badje dan op kniehoogte voor de kinderen.
In het zwembadje dragen kinderen geschikte zwemkleding.
Voor de kinderen een handdoek klaarleggen.
Kinderen die een luier dragen houden hun luier aan (liefst een zwemluier).
Voor het zwemmen worden de kinderen ingesmeerd met zonnebrand.
Nadien worden de kinderen goed afgedroogd. Na het gebruik wordt het zwembadje geleegd en opgeruimd.
Bereid deze activiteit goed voor

6. Overige risico’s en plan van aanpak

Buggy’s worden opgevouwen en in het halletje geplaatst of onder de plank met de mandjes
De blauwe nooddeur staat vaak open en is anders bij brand snel te openen. Er wordt nog een nieuwe haak bevestigd zodat hij netjes vast open kan staan.
De ruimtes zijn niet door de kinderen af te sluiten (zodat een kind niet kan worden opgesloten).
In de speelzaal zijn geen huisdieren aanwezig. Wel is er een buitenpoes, die onder begeleiding mag worden geaaid en gevoerd met kattenbrokjes.
We letten erop dat de kinderen hun eten goed kauwen om verstikkingsgevaar te voorkomen. Druiven en dergelijke worden doorgesneden.
Plastic zakken worden hoog of in een af te sluiten kast opgeborgen. Dit om te voorkomen dat kinderen een zak over het hoofd kunnen trekken.
Kinderen worden nooit aan de handen opgetild, maar onder de oksels, in hun middel of onder de billen.

7.0 Borging veiligheidsbeleid

7.1 Evaluatie

Jaarlijks zal het veiligheidsbeleid gecheckt worden op juistheid en worden herzien waar nodig. Dit zal in eerste instantie gedaan worden door bestuur danwel betrokken ouders waarna het altijd ook besproken zal worden met de leidsters.

7.2 Implementatie en handhaving

Voor goede implementatie en handhaving van het veiligheidsbeleid is het belangrijk dat de leidsters op de hoogte te zijn van het geschrevenen. De leidsters dienen jaarlijks het beleid te (her)lezen en dit is jaarlijks een agenda punt in het werkoverleg. Het streven is twee keer per jaar met alle vrijwilligers een overleg te plannen. Tussen de beroepskracht en de bestuursvoorzitter is er vaker overleg over de gang van zaken.

7.3 Sociale veiligheid

De Mus maakt gebruik van de Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en voert daarbij mogelijk een gesprek met de ouders. Bij andere gesignaleerde problemen – bijvoorbeeld in de ontwikkeling van kinderen – worden de ouders op de hoogte gesteld. Voor verdere uitwerking hiervan zie het pedagogisch beleid (hoofdstuk 4). In het pedagogisch beleid staat tevens omschreven hoe een goede sociale omgang tussen kinderen gestimuleerd wordt en wat er wordt gedaan in situaties van pesten/ plagen (hoofdstuk 2 (doel 3 en doel 4), hoofdstuk 5.4).