Pedagogisch beleid 2018

Voorwoord

Dit pedagogisch beleidsplan is het document waarin het beleid wordt weergegeven dat De Mus nastreeft ten aanzien van de opvang en begeleiding van de peuters op de peuterspeelzaal. In dit plan wordt duidelijk hoe de Mus aankijkt tegen de ontwikkeling van de peuters en hoe ze is georganiseerd. Het pedagogisch beleidsplan geeft hiermee richting aan ouders en leidsters over de doelstellingen en hoe deze te bereiken.

Het pedagogisch beleidsplan is in december 2017 herschreven voor januari 2018 in verband met de wijzingen IKK (Innovatie Kwaliteit Kinderopvang), zodat het voldoet aan de huidige wet- en regelgeving kinderopvang. Naast dit pedagogisch beleidsplan is er een veiligheids- en gezondheidsbeleid waarin de risico’s en veiligheidshandhaving beschreven staat.

1. Stichting De Mus

In juli 1985 is stichting De Mus opgericht in Amsterdam Oost. Het is ontstaan uit een ouderinitiatief vanuit de behoefte om een veilige en plezierige plek te creëren waarin peuters zich verder kunnen ontwikkelen. Sinds 1985 is de stichting verder geprofessionaliseerd, echter tot de dag van vandaag probeert de Mus zijn eigenheid en kleinschaligheid te behouden en is ouderparticipatie een belangrijk aspect.

1.1 Visie en missie

Peuterspeelzaal De Mus vindt het belangrijk dat kinderen zich veilig en vertrouwd voelen en dat ze tijdens het spelen “uitdaging, verwondering en ontdekken” meemaken. Het is belangrijk dat ze persoonlijke en sociale competenties ontwikkelen en dat ze de basisprincipes van met elkaar omgaan leren.

Het hoofddoel is de kinderen te laten spelen, alleen en met anderen, binnen en buiten. De leidsters besteden aandacht aan de ontwikkeling van het kind op verschillende gebieden zoals motoriek, taal- en spraak, sociale competenties, zelfredzaamheid en creativiteit. Doordat de leidsters zowel individuele als groepsgerichte aandacht geven, krijgt het kind de kans zich zo volledig mogelijk te ontplooien en stimuleren we de algehele ontwikkeling optimaal. Hierbij bekijken we of de ontwikkeling goed verloopt, zodat eventuele problemen of achterstanden vroegtijdig kunnen worden onderkend.

1.2 Algemeen

De Mus biedt maandag-, dinsdag-, woensdag-, donderdag- en vrijdagochtend van 8.30 tot 12.45 uur speelruimte voor maximaal 8 kinderen per dag. Alle kinderen zitten bij elkaar in één groep. Variatie binnen de groep is er in leeftijd, taal, culturele achtergrond en ontwikkeling. De verhouding tussen jongens en meisjes en de leeftijdsopbouw is afhankelijk van de aanmeldingen. Wij streven naar een gelijk verdeelde groep van twee- en driejarige kinderen.

2. Pedagogisch beleid

Het pedagogisch beleid voldoet aan de opvoedingsdoelen zoals geformuleerd door Riksen-Walraven (2000). Waarbij de volgende vier pedagogische doelen centraal staan:

Doel 1: Het bieden van emotionele veiligheid en geborgenheid

Doel 2: Het bevorderen van de persoonlijke competentie

Doel 3: Het bevorderen van de sociale competentie

Doel 4: Het bevorderen van de morele competenties

Hieronder wordt per doel omschreven hoe De Mus hier invulling aangeeft. Hiernaast worden binnen De Mus de Sociaal-emotionele ontwikkeling doelen van het jonge kind tot 4 jaar (SLO doelen) voor rekenen, taal en sociaal- emotionele vaardigheden als leidraad bij het vormgeven van deze doelen gebruikt.

Doel 1: Het bieden van emotionele veiligheid en geborgenheid

De Mus hecht veel belang aan structuur, duidelijkheid en vaste gezichten op de groep, zodat de kinderen zich veilig en geborgen kunnen voelen. De vaste groepskracht is tijdens alle ochtenden dat De Mus open is aanwezig, waardoor de kinderen een vast hechtingsfiguur hebben op de groep. Deze vaste groepskracht is tevens de mentor en het eerste aanspreekpunt.  Daarnaast bestaat de afspraak dat een vrijwilliger minimaal twee ochtenden aanwezig is en wordt getracht hierin zoveel mogelijk continuïteit te bieden.

Door de kleinschaligheid van De Mus is er relatief weinig verloop in kinderen en zien de kinderen elkaar regelmatig wat dit doel verder bevorderd.

In de omgang met de kinderen is responsiviteit en aandacht voor de kinderen een belangrijk doel. De kindjes van De Mus weten bij wie ze terecht kunnen voor troost en steun als ze dat nodig hebben. De leidsters sturen hier ook actief op als ze merken dat een kind verdrietig is of zich niet prettig voelt. De positieve emoties worden opgemerkt en bekrachtigd en er wordt op een respectvolle manier met elkaar omgegaan.

Andere aandachtspunten met betrekking tot een gevoel van veiligheid zijn de vaste dag rituelen, vaste groepsafspraken en grenzen ten einde duidelijkheid te geven zodat de kinderen weten wat ze kunnen verwachten wat het veiligheidsgevoel bevorderd.

Doel 2: Het bevorderen van de persoonlijke competentie

2a. Taal- en spraakontwikkeling

Op De Mus wordt Nederlands gesproken, zodat elk kind deze taal leert te begrijpen en te spreken. Het aanleren van de Nederlandse taal gebeurt spelenderwijs, in de vorm van boekjes voorlezen, verhaaltjes vertellen, liedjes zingen, voorwerpen benoemen en gesprekjes voeren met de kinderen. Bij deze gesprekjes is het belangrijk om veel vragen te stellen en de kinderen de tijd te geven om een antwoord te formuleren. Door veel met kinderen te praten, komen ze in aanraking met allerlei woorden en hun betekenis en horen ze meer zinnen met een ingewikkelde zinsbouw. Het taalgebruik wordt aangepast aan wat het kind aankan. Tijdens het praten met kinderen wordt er door de leidsters op gelet of een kind duidelijk praat, of het alle letters kan uitspreken, of het te verstaan is en begrijpt wat er wordt gezegd, en of een kind al zinnetjes kan maken. Als een kind onduidelijk spreekt zal de leidster het slecht gearticuleerde woord zelf herhalen, of het laten herhalen nadat het is voorgezegd.

2b. Creatieve ontwikkeling

Vrij spelen en expressieactiviteiten zijn een belangrijk onderdeel in De Mus. We laten de kinderen zoveel mogelijk hun gang gaan tijdens de activiteiten. De leidster stimuleert de kinderen door zelf mee te doen en een voorbeeld te zijn voor de kinderen die nog niet goed weten wat ze kunnen doen. De leidster zal de kinderen laten kennismaken met verschillende soorten materialen en laten experimenteren met creatieve middelen. We vinden het belangrijk om de kinderen vrij te laten in hun creativiteit. Sommige kinderen vinden bijvoorbeeld een werkje al af als er maar één ding is opgeplakt, andere kinderen kunnen er tijden mee bezig zijn. De leidster laat ten alle tijde haar waardering blijken voor het gemaakte werkstuk. Voorbeelden van activiteiten die de creativiteit bevorderen zijn: scheuren, prikken, knippen (oudsten), plakken, tekenen, kleuren, stiften, krijten, sjabloneren etc. Ook bij de knutselactiviteiten wordt gewerkt aan de hand van (seizoens)thema’s.

Ook muziek is een creatieve uiting die regelmatig terugkeert bij De Mus. We spelen met muziekinstrumentjes of dansen op een CD met kindermuziek. Verder zingen we elke dag bij het fruit eten een aantal liedjes.

2c. Lichamelijke (motorische) ontwikkeling

We letten zowel op de grove motoriek als op de fijne motoriek. De grove motoriek wordt overal buiten geoefend. Ons gebouw is gevestigd op de begane grond. Wij hebben een grote en veilige binnentuin tot onze beschikking. Hierdoor vinden elke dag activiteiten buiten plaats, mits het weer dat toe laat. In onze binnentuin staan op dit moment een zandbak, een glijbaan en twee schommels. In 2018 wordt het buitenterrein volledig gerenoveerd en zal er ook een klimtoestel worden geplaatst. Voor het buitenspelen is in de schuur voldoende speelmateriaal aanwezig: zandspeelgoed, stoepkrijt, ballen etc. Er wordt veel geklommen, geklauterd en gehinkeld, en we hebben meerdere fietsen zonder zijwieltjes en loopfietsjes. De kinderen leren hiermee om het evenwicht te bewaren waardoor je sneller leert fietsen. Bijna alle kinderen leren zonder zijwieltjes fietsen bij De Mus!

Bij slecht weer verplaatsen we onze activiteiten naar binnen, waarbij met name de fijne motoriek geoefend wordt. Deze motoriek komt bij het knutselen aan de orde door te prikken, rijgen, knippen, scheuren en opplakken. Er is veel materiaal zoals cd’s met kinderliedjes om te bewegen op muziek, spelletjes, verschillende gradaties puzzels, blokken,  treinbanen, een keukentje en een winkeltje. Met klein speelmateriaal wordt aan tafel gespeeld.

2d. Het stimuleren van de identiteit en zelfredzaamheid

Om de identiteit te stimuleren, gebruiken we regelmatig de voornaam. Daarnaast leren de kinderen spelenderwijs de namen van de andere kinderen. Het zelfvertrouwen vergroten we door het kind te laten ervaren wat hij al kan, hem te prijzen als hij iets goed doet, of hem te helpen waar dat nodig is. Dagelijks werken we aan de zelfstandigheids- en de zelfredzaamheidtraining, zoals zelf handen wassen, zelf jas aantrekken, naar de wc gaan, broek ophalen, maar ook een puzzeltje maken of zelf iets opruimen. Hierbij letten we op wat het kind al kan en waar hij op dat moment aan toe is. Doordat we genoeg ruimte geven voor zelfstandigheid en het kind laten weten dat hij fouten mag maken, wordt de zelfstandigheid gestimuleerd. Een kind dat uit ervaring weet dat hij fouten mag maken, durft er voor uit te komen dat hij iets niet weet of niet kan. Wij hebben verkleedkleding, een minikeukentje en een strijkplank met strijkijzer waarmee de kinderen een rollenspel kunnen doen en de thuissituatie een beetje kunnen naspelen. Ook is er een leeshoek en een bank waar kinderen in een boekje kunnen kijken of voorgelezen kunnen worden.

Waar mogelijk en indien de kinderen hier interesse in hebben laten we de kinderen helpen bij kleine taakjes. De kinderen hebben er bijvoorbeeld veel plezier in door te helpen met het onkruid te wieden en in de herfst de blaadjes in een kruiwagen te stoppen.

2e. De verstandelijke (cognitieve) ontwikkeling

Onder de verstandelijke ontwikkeling verstaan we het opdoen van kennis en vaardigheden en het leren denken en uiten. Het zelfstandig bedenken van oplossingen voor problemen door het kind is van groot belang in de verstandelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door zelf een puzzel proberen te maken. Er zijn puzzels met verschillende moeilijkheidsgraden, voor de jongsten zijn er insteekpuzzels, voor de oudsten zijn er ook puzzels met een extra moeilijkheidsgraad. Veel praten met kinderen, verhaaltjes voorlezen, puzzelen, kleuren, maar ook het aanbieden van allerlei materiaal aan de allerkleinsten laat hen ervaren hoe bijvoorbeeld een bal aanvoelt en hoe een zachte knuffel. Door het aanbieden van verschillende materialen en het doen van allerlei activiteiten die aansluiten bij de mogelijkheden en de belevingswereld van de kinderen trachten we de cognitieve ontwikkeling te bevorderen.

Doel 3: Het bevorderen van de sociale competentie

Door de verticale samenstelling van de groep kan ieder kind uitstekend oefenen met sociale vaardigheden. Op de achtergrond is er altijd een leidster die de grenzen aangeeft.

Het kind gaat om met leeftijdgenoten en met jongere en oudere kinderen en dat resulteert in een gebalanceerde sociaal-emotionele ontwikkeling. De tweejarige peuter moet nog leren spelen en ontdekken wat hij met speelgoed kan doen. Hij leert dit niet alleen door stimulering van de leidsters, maar ook doordat hij andere kinderen ziet spelen.

Peuters staan nog aan het begin van samenspelen. Door het aanbieden van gezamenlijke activiteiten wordt dit gestimuleerd. Andere sociale omgangsvormen, zoals op elkaar wachten, elkaar helpen, elkaar troosten worden ook gestimuleerd.

Doel 4: Het bevorderen van de morele competenties

Bij De Mus is er veel vrijheid, maar wel binnen bepaalde kaders en groepsregels.

Omdat peuters nog niet goed weten wat samen spelen is en omdat ze de wereld om zich heen nog egocentrisch (vanuit zichzelf) bekijken, zijn er regelmatig kleine conflicten. Wat hij wil hebben, wil hij dadelijk, ongeacht of er een ander kind mee speelt. Sterker nog, juist omdat een ander kind ergens plezier in heeft, wordt hij op het idee gebracht. Zo is samenspel vooral voor de jongste peuters een afwisseling van spel en kleine ruzietjes. Ingrijpen door de leidsters is echter bijna nooit nodig, omdat de ruzietjes het spel nauwelijks lijken te beïnvloeden. Bij gedrag dat niet genegeerd kan en mag worden, zoals plagen, pesten, buitensluiten of elkaar pijn doen, wordt er door de leidsters ingegrepen. Geduldig en vriendelijk, maar wel duidelijk wordt uitgelegd waarom iets niet mag. Als het nodig is wordt het kind even apart genomen en apart gezet om tot rust te komen.

De leidsters benaderen de kinderen zoveel mogelijk op een positieve manier. Dit doen zij door complimentjes te geven aan de kinderen als zij iets goed doen. Wanneer een kind iets niet mag en hij/zij doet het toch, dan legt de leidster uit waarom dit niet mag. De sociale houding die het kind geleerd wordt komt overeen met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Naarmate de peuter ouder wordt, wordt hem aangeleerd rekening te houden met elkaar en elkaars eigendommen, elkaar te respecteren, voorzichtig en zorgvuldig om te gaan met het speelgoed en mee te helpen met opruimen.

3. Het pedagogisch handelen

3.1 Het dagritme op de groep

De Mus heeft zijn eigen dagindeling, afgestemd op de behoefte van de kinderen. Peuters hebben nog weinig begrip van tijd en hebben geen idee van wat het betekent als er gezegd wordt: “ik kom je straks weer halen”.

Door het aanbieden van een dagindeling met een regelmatig en consequent programma en vaste regels wordt het “straks” voor de peuter verduidelijkt. Via een vaste structuur van “eerst gaan we dit doen”, “dan gaan we wat drinken”, “dan gaan we dat doen” en “dan komt mama”, leren we het kind vertrouwen te krijgen in de omgeving en dat mama hem inderdaad weer komt halen. Deze dagindeling is visueel gemaakt door middel van foto’s en geeft zowel de kinderen als leidsters houvast.

Een ochtend bij De Mus is iedere dag gevarieerd, maar heeft wel een aantal vaste momenten:

8.30 – 9.30 uur: Kinderen brengen. Ouders kunnen tot deze tijd blijven, er kan een  kopje koffie of thee worden gedronken, samen met het kindje een puzzeltje maken of een boekje lezen en er is gelegenheid tot uitwisselen van informatie. De kinderen later brengen kan alleen bij uitzondering en na voorafgaand overleg met de leidster.
9.30 uur: Vrij spelen binnen of buiten of aan tafel een knutselactiviteit voor een thema, zoals Kerst of Sint Maarten.
10.15 uur: Fruit eten. Eerst worden de handen gewassen, alle kinderen gaan aan tafel. Er wordt interactief met de groep een boekje voorgelezen of een aantal kinderen noemen een liedje dat vervolgens gezamenlijk gezongen wordt.
10.45 uur: Vrij spelen, dit kan binnen of buiten (ligt ook aan het weer) of er wordt een activiteit aangeboden.
11.30 uur: Iedereen handen wassen. Brood eten en water of diksap drinken.
12.15 uur:  Buiten spelen
12.30 -12.45 uur: Kinderen ophalen
Na 13.00 uur wordt de toegang tot de peuterspeelzaal en het buitenterrein afgesloten.

3.2 Activiteiten

Bij De Mus worden zowel binnen- als buitenactiviteiten aangeboden.

Voor het buitenspelen is er voldoende aanbod op het speelterrein en in de schuur is voldoende en verscheiden speelmateriaal aanwezig. Er wordt door het vele buitenspelen veel aan de grove motoriek gedaan zoals: klimmen, klauteren, hinkelen. We hebben fietsen zonder zijwieltjes en meerdere loopfietsjes waarmee de kinderen hun evenwicht trainen.

Als het weer slecht is gaan we gezamenlijk knutselen. Wanneer de activiteit erg arbeidsintensief is (sjabloneren, handjes stempelen, knippen) wordt er gekozen voor een knutselactiviteit in kleine groepjes. Mogelijkheden: scheuren, prikken, knippen (oudsten), plakken, tekenen, kleurpotloden, stiften, waskrijt, etc. Ook bij de knutselactiviteiten wordt gewerkt aan de hand van thema’s die vaak met het seizoen te maken hebben.

Verschillende aspecten van de ontwikkeling van elk kind kunnen in het vrije spel tot ontplooiing komen. Op de peuterspeelzaal gebeurt dit onder begeleiding van de leidsters. Er is divers speelmateriaal op De Mus aanwezig dat de fantasie, de grove en fijne motoriek prikkelt en dat aansluit op de cognitieve ontwikkeling van de peuters.

3.3 Groepsregels / aanpak probleemgedrag

Er zijn vaste groepsafspraken, zodat de kinderen weten wat ze kunnen verwachten wat het veiligheidsgevoel bevorderd. Ook worden er grenzen gesteld om duidelijkheid en houvast te geven. Een aantal afspraken zijn:
Op je beurt wachten
We doen aardig tegen andere kinderen
Alle kinderen mogen meedoen
Samen spelen, samen delen

Er worden maatregelen getroffen als een kind ongewenst gedrag laat zien, zoals een ander kind pijn doet (spullen afpakken, bijten, slaan, duwen, gooien), of een ander kind uitsluiten. De leidster reageert dan direct om het negatieve gedrag te stoppen. Indien nodig wordt het betreffende kind even apart gezet (time-out plek op krukje). Naderhand wordt er met het kind besproken en positief afgesloten, o.a. door sorry te zeggen tegen het kind tegen wie het negatieve gedrag was gericht.

3.4 Wenbeleid

Nieuwe peuters mogen twee weken wennen. De ouders overleggen met het bestuur welke dagen dat zijn en met de leiding hoeveel uur ze het kind alleen op de groep laten.

4. De ontwikkeling van het individuele kind

4.1 Bijzonderheden in de ontwikkeling van kinderen signaleren

De leidsters volgen de kinderen gedurende de ochtend en bekijken de kinderen vanuit hun professionele kennis. Als hen dingen opvallen bespreken ze die eerst onderling. Vervolgens, als daar aanleiding voor is, delen ze de observatie met de ouders. Meestal op een zo informeel mogelijke wijze, bijvoorbeeld bij het halen of brengen. Het streven is te komen tot één uniforme aanpak van bepaald gedrag thuis en bij De Mus. Observaties van problemen hebben uitsluitend betrekking op opvallend ‘anders’ gedrag of op (zorgwekkende) achterstanden in de ontwikkeling. Indien hier aanleiding voor is kan gezamenlijk gezocht worden naar passende begeleiding buiten de peuterspeelzaal. Bijvoorbeeld gezamenlijk met het Kabouterhuis.

4.2 Overdracht van kennis over de ontwikkeling aan basisonderwijs en bso

Vanaf 2018 zal er gebruik worden gemaakt van een overdrachtsformulier dat gangbaar is binnen de gemeente Amsterdam om informatie over de kinderen en eventuele bijzonderheden goed over te kunnen dragen. De ouders worden betrokken bij deze overdracht en verlenen hier toestemming voor.

4.3 Vermoeden huishoudelijk geweld en kindermishandeling

De Mus c.q alle leidsters hebben een signalerende functie wat betreft mishandeling. De Mus maakt gebruik van de Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en voert daarbij mogelijk een gesprek met de ouders. Bij andere gesignaleerde problemen – bijvoorbeeld in de ontwikkeling van kinderen – worden de ouders op de hoogte gesteld. Vervolgens wordt gezamenlijk gezocht naar een passende instantie die ondersteuning kan bieden. Hierbij heeft De Mus een samenwerking met Ouder- en Kindteam Centrum, waar onafhankelijk advies kan worden ingewonnen, en na overleg vervolgstappen genomen kunnen worden. Onze contactpersoon is ouder- en kindadviseur I. van den Bosch.

5. Personeel

Er is een vaste beroepskracht bij De Mus met een passende opleiding tot pedagogisch medewerker. Deze wordt bijgestaan door twee vaste vrijwilligers. Vaak zijn de twee vrijwilligers op die dag ook beroepskracht. De vaste beroepskracht is alle ochtenden dat De Mus open is aanwezig en is mentor van alle kinderen. Tevens is de beroepskracht aanspreekpunt voor de ouders.

5.1 Vrijwilligers

De Mus werkt met vaste vrijwilligers. De vrijwilligers staan altijd samen met de beroepskracht op de groep en worden aangestuurd door de beroepskracht. Een deel van de vrijwilligers zijn geschoold binnen het pedagogisch werk. Iedere vrijwilliger is twee ochtenden per week aanwezig.

De vrijwilligers ondertekenen een vrijwilligersovereenkomst. In de vrijwilligersovereenkomst worden afspraken gemaakt over werkzaamheden, aanvang en einde van de overeenkomst, proefperiode, begeleiding, informatie, scholing, onkostenvergoeding, verzekeringen en geheimhoudingsplicht.

De vrijwilligers lezen het pedagogisch beleid bij aanvang van de vrijwilligersperiode en bij eventuele  veranderingen in het beleid. Met het tekenen van de overeenkomst geven zij aan zich te committeren aan dit pedagogisch beleid. Daarnaast zijn zij op de hoogte van de Meldcode huiselijk geweld.

Alle vrijwilligers zijn in het bezit van een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Tevens volgen alle vrijwilligers een EHBO cursus voor kinderen van het Rode Kruis. Verdere scholing en training is mogelijk in overleg.

Vrijwilligers zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd.

 

5.2 Scholing en ondersteuning van de leidsters

Beroepskrachten worden gestimuleerd om te blijven leren. Ieder jaar wordt er met de leidsters gekeken naar trainingen waar subsidie voor kan worden aangevraagd. Het bestuur stelt de leidsters op de hoogte van passende trainingen. Mocht bijscholing noodzakelijk zijn om het beroep goed te kunnen blijven uitoefenen dat wordt de pedagogisch medewerker door De Mus in staat gesteld deze bijscholing te volgen.

De beroepskracht heeft recht op een jaarlijks functioneringsgesprek met het bestuur. In dit gesprek kan desgewenst een persoonlijk ontwikkelingsplan worden opgesteld.

5.3 Gedragsregels leidsters

Met de leidsters heeft Stichting de Mus de onderstaande gedragsregels afgesproken:
We spreken niet over de hoofden van kinderen maar lopen naar elkaar toe om iets te overleggen en te bespreken.
We spreken met elkaar op een rustige toon en passen ons stemgeluid aan.
We spreken niet over privézaken en kijken niet op onze telefoon gedurende de tijd dat we met de kinderen bezig zijn.
We blijven te allen tijde rustig, ook als een kind niet luistert of agressief reageert.
We geven het goede voorbeeld en spreken niet door elkaar heen.
We vallen elkaar niet in de rede als we met de kinderen bezig zijn, we wachten op elkaar tot we zijn uitgesproken.
We zijn betrouwbaar en consistent in ons gedrag.
We wijzen plagen en pesten te allen tijde af.
We benaderen kinderen positief en letten meer op de dingen die goed gaan dan de dingen die minder goed gaan.
We luisteren naar de kinderen en nemen hen serieus.
We praten niet over gedrag, huiselijke omstandigheden of andere (privacy) gevoelige informatie van het kind in het bijzijn van niet direct betrokkenen.
Iedereen wordt geaccepteerd zoals hij is. Alle mensen zijn verschillend en dat is prima.

5.4 Bestuur

Er is voor gekozen om het bestuur te laten bestaan uit ouders. Het bestuur bestaat uit een bestuursvoorzitter, een penningmeester, een secretaris en personeelsfunctionaris.

Het bestuur draagt op vrijwillige basis zorg voor de continuïteit, het personeelsbeleid, informatievoorziening en financiën. Drie tot vier keer per jaar vindt er een bestuursvergadering plaats om de dagelijkse gang van zaken en het beleid te bespreken. De vaste bestuursleden zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag (VOG). De bestuursleden zijn ingeschreven als functionaris bij de KvK en vormen gezamenlijk de rechtspersoon.

6. Ouderbetrokkenheid en oudercommunicatie

Van oudsher is De Mus een stichting waarbij ouderparticipatie een belangrijke pijler is. Dit betekent dat ouders allemaal op hun eigen manier een steentje bijdragen aan de stichting en het succes van De Mus. Het bestuur bestaat in zijn geheel uit ouders waarbij belangrijke keuzes met betrekking tot veranderingen ten alle tijden in samenspraak met de andere ouders worden genomen.

Dagelijks is er bij het brengen en halen een (kort) contactmoment waarin bijzonderheden over en weer worden overgedragen.

6.1 Ouderactiviteiten

Het bestuur van De Mus organiseert minimaal twee keer per jaar een ouderavond. Tijdens deze ouderavonden worden alle plannen voor de mus met elkaar besproken.

Ook wordt er ieder jaar een Musklusdag georganiseerd met alle ouders. Een dag waarbij ouders de handen ineenslaan om de ruimte van De Mus te verbeteren en op te knappen waar nodig. Daarnaast verzorgen ouders de dagelijkse schoonmaak, het algemeen onderhoud van het pand en de tuin, de was, feestcommissie e.d.

6.2 Oudercommissie

Op dit moment heeft de Mus geen Oudercommissie. Gezien de kleine club ouders en de grote participatie door al deze ouders is er in samenspraak met alle ouders voor gekozen nu geen aanvullende oudercommissie op te richten. Belangrijke zaken komen aan bod op de ouderavonden. Indien nodig wordt er een extra ouderavond georganiseerd. Mocht er in de toekomst vanuit ouders een behoefte ontstaan om een oudercommissie op te richten met voldoende animo dan zal deze alsnog worden opgericht. De oudercommissie is iedere ouderavond een agendapunt en ouders kunnen op ieder moment bij het bestuur of de leidsters aangeven dat zij een oudercommissie willen oprichten.

6.3 Nieuwsbrief en WhatsApp-groep

De bestuursvoorzitter verstuurt minimaal tweemaandelijks een elektronische nieuwsbrief met daarin informatie over de gang van zaken. Indien nodig verstuurt De Mus belangrijke mededelingen via de mail buiten de reguliere nieuwsbrief om, bijvoorbeeld over ziekte en vrije dagen. Alle ouders worden na inspraak toegevoegd aan De Mus WhatsApp-groep. Daarin delen ouders informatie over hun kind en de gang van zaken bij De Mus.

6.4 Evaluatiegesprek en plaatsingsbewijs

Bij het plaatsen van een nieuw kind tekenen de ouders en het bestuur een plaatsingsovereenkomst. Er is dan ook kans om het pedagogisch beleid door te lezen en hier vragen over te stellen. In de weken na plaatsing van het kind worden de ouders bij het halen en brengen informeel ingelicht over hoe het kind functioneert op De Mus. Ouders kunnen op ieder moment een evaluatiegesprek aanvragen met het bestuur of een leidster.

7. Overige punten

7.1 Privacy

Ten aanzien van de persoonlijke gegevens van ouders en kinderen neemt De Mus de privacywetgeving in acht.

7.2 Geschillencommissie

De Mus is aangesloten bij de Geschillencommissie en heeft een professionele klachtenprocedure. Ouders kunnen een klacht ook bespreken met het bestuur of de leidsters.

7.3 Registratie

Stichting De Mus is volgens de statuten een stichting met onderneming opgericht in juli 1985 door een groep ouders en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam in het Stichtingenregister onder nr. 41204686.