Pedagogisch beleid 2017

1. Inleiding

Het Pedagogisch beleidsplan van peuterspeelzaal De Mus is in maart 2017 herzien. Het is grotendeels gebaseerd op het oorspronkelijke plan uit 2013. Het pedagogisch beleidsplan heeft tot doel inzage te geven in het beleid dat De Mus nastreeft ten aanzien van de opvang en begeleiding van de peuters die gebruik maken van de peuterspeelzaal.

2. Visie

Peuterspeelzaal De Mus vindt het belangrijk dat kinderen zich veilig en vertrouwd voelen en dat ze tijdens het spelen “uitdaging, verwondering en ontdekken” meemaken. Het is belangrijk dat ze persoonlijke en sociale competenties ontwikkelen en dat ze de basisprincipes van met elkaar omgaan leren.

3. Missie

Het hoofddoel is de kinderen te laten spelen, alleen en met anderen, binnen en buiten. De leidsters besteden aandacht aan de ontwikkeling van het kind. Er wordt gekeken naar taal- en spraakontwikkeling, creatieve ontwikkeling, lichamelijke (motorische) ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, ontwikkeling van de identiteit en zelfredzaamheid en verstandelijke ontwikkeling. Doordat de leidsters zowel individuele als groepsgerichte aandacht geven, krijgt het kind de kans zich zo volledig mogelijk te ontplooien en stimuleren we de algehele ontwikkeling optimaal. Hierbij bekijken we of de ontwikkeling goed verloopt, zodat eventuele problemen of achterstanden vroegtijdig kunnen worden onderkend.

4. Kwaliteitseisen kindercentra

4.1 Veiligheid
In 2016 heeft peuterspeelzaal De Mus een grootschalige verbouwing ondergaan van de binnenruimte. De ruimte en het meubilair is afgestemd op kinderen en voldoet aan de kwaliteitseisen van de GGD en de brandweer. De Mus neemt preventieve maatregelen om ongevallen te voorkomen: er zijn voldoende brandblus middelen en een vrije nooduitgang, er ligt een presentielijst binnen handbereik en alle schoonmaakmiddelen staan hoog, buiten het bereik van de kinderen.

4.2 Gezondheid
Ieder jaar doet het bestuur een Risico-inventarisatie gezondheid, ontwikkeld door Landelijk Centrum Hygiëne en Veiligheid. Ook bekijkt het bestuur jaarlijks of de inventarisatielijst veiligheid en plan van aanpak up-to-date is. Hierin zijn opgenomen de richtlijnen voor persoonlijke hygiëne. Beide documenten zijn bij De Mus opgeborgen en voor iedereen inzichtelijk.

4.3 Signalering
De leidsters zijn op de hoogte van de Risico-inventarisatie gezondheid en attenderen het bestuur als er actie ondernomen moet worden op het gebied van veiligheid. Bijvoorbeeld als er iets stuk is gegaan of aan vervanging toe is.

4.4 Richtlijnen voor ongevallen en noodsituaties
– Minstens één leidster per dag heeft een geldig EHBO diploma;
– Er hangt een lijst met belangrijke nummers voor spoedeisende hulp, artsen en taxi;
– Direct bij binnenkomst hangt de ontruimingstekening;
– Als er iets met een kind op de peuterspeelzaal gebeurt, nemen de leidsters direct contact op met de ouders;
– Een lijst met contactgegevens van de ouders hangt op aan de wand bij binnenkomst en wordt regelmatig herzien.

4.5 Richtlijnen voor het omgaan met zieke kinderen
– Kinderen met koorts mogen niet naar De Mus gebracht worden. In het geval van een (lichte) verhoging moeten de ouders overleggen met de leidsters van die dag;
– Als kinderen ziek worden tijdens de ochtend, worden ouders gebeld, met het verzoek hun kind op te komen halen;
– Als een kind niet lekker is, kan het eventueel op de bank gaan liggen rusten;
– Zodra gemeld wordt dat een kind een besmettelijke ziekte heeft meldt een ouder dit in de WhatsApp-groep van de ouders en aan de leidsters van de Mus. Dit betreft ziektes zoals waterpokken en hoofdluis.

4.6 Richtlijnen voor hygiëne en schoonhouden van de ruimte
– De leidsters ruimen zelf en met de kinderen het speelgoed op;
– Dagelijks wordt de ruimte door één van de ouders schoongemaakt of wordt er een vaste schoonmaakster ingezet die na sluiting komt schoonmaken;
– Na het naar de wc gaan wassen de kinderen en leidsters hun handen;
– Na het luiers verschonen wassen leidsters hun handen;
– Kinderen worden ondersteund bij het zindelijk worden, zodra daar thuis mee gestart is;
– Er is reservekleding aanwezig om kinderen bij ongelukjes te verschonen.

5. Beroepskwalificatie personeel

5.1 Beroepskrachten
Iedere dag is er minimaal één beroepskracht aanwezig en minimaal één of anders twee vaste vrijwilligers. Vaak zijn de vrijwilligers ook beroepskracht.

5.2 Stagiaires
Peuterspeelzaal de Mus is een door Calibris erkend leerbedrijf. Een stagiaire staat altijd minimaal met één beroepskracht en één vaste vrijwilliger op de groep.

5.3 Scholing

Beroepskrachten worden gestimuleerd om te blijven leren. Ieder jaar wordt er met de leidsters gekeken naar trainingen waar subsidie voor kan worden aangevraagd. Het bestuur stelt de leidsters op de hoogte van passende trainingen.

6 Groepsgrootte en leeftijdsopbouw

De Mus biedt maandag-, dinsdag-, donderdag- en vrijdagochtend van 9.00 tot 12.45 uur speelruimte voor maximaal 10 kinderen per dag. Alle kinderen zitten bij elkaar in één groep. Variatie binnen de groep is er in leeftijd, taal en culturele achtergrond en ontwikkeling. Er is geen vaste verhouding tussen jongens en meisjes. Dit hangt af van de aanmeldingen. De leeftijdsopbouw is ook afhankelijk van de aanmeldingen. Wij streven naar een gelijkverdeelde groep van twee- en driejarige kinderen.

7 Bezettingsbeleid

7.1 Bezetting
Bij De Mus werken in totaal vijf vaste leidsters, zowel beroepskrachten als vrijwilligers. Iedere dag is er minimaal één beroepskracht aanwezig en twee vrijwilligers die vaak ook gediplomeerd zijn op in de kinderopvang te werken. In principe staan er iedere dag drie leidsters op de groep, zie 7.2 voor uitzonderingen. De keuze om met drie leidsters op de groep te staan – één meer dan het wettelijk verplichte aantal – heeft ermee te maken dat De Mus over een grote buitenruimte beschikt met meerdere speeltoestellen (zie 13 Buitenspeelterrein).

7.2 Vervanging bij ziekte
Als een van de leidsters ziek is, moet dit vóór 8.00 uur gemeld worden aan de bestuursvoorzitter. Indien er een beroepskracht ziek is en er die dag geen beroepskracht aanwezig zou kunnen zijn, gaat De Mus niet open. Als een van de andere leidsters ziek is, worden de volgende maatregelen genomen:
– Een van de andere vaste leidsters valt in;
– Een van de ouders uit de achterwachtgroep valt in (allen in het bezit van een VOG);
– De bestuursvoorzitter (in het bezit van een VOG) valt in.

– De beroepskracht staat met één andere leidster op de groep. Twee leidsters waarvan één de beroepskracht is het minimum per dag.

8 Verklaring omtrent gedrag (VOG)

Alle leidsters zijn in het bezit van een VOG op het moment dat ze op de groep staan.

9 Wennen

Nieuwe peuters mogen twee weken wennen. De ouders overleggen met het bestuur welke dagen dat zijn en met de leiding hoeveel uur ze het kind alleen op de groep laten.

10 Vierogenprincipe

Hoewel De Mus over één grote open binnenruimte beschikt met veel ramen die uitkijken op de buitenspeelplaats, kan het gebeuren dat een leidster kort alleen is met kinderen. De leidsters nemen het vierogenprincipe in acht en kunnen hun werkzaamheden uitsluitend verrichten terwijl zij gezien of gehoord worden door een andere volwassene. De volgende maatregelen worden getroffen:
– Alle (toilet)deuren blijven open en het toiletbezoek is kortdurend wanneer een leidster naar de wc gaat met een kind.
– Toezicht bij buitenspelen. Vanuit binnen is de leidster die op dat moment buiten speelt met kinderen altijd te zien door de grote ramen. De ramen houden we met opzet vrij van teveel plakwerkjes zodat iedereen goed zicht heeft op elkaar en op de kinderen. De buitenspeelplaats is overigens volledig omringd door woningen.
– De peuterspeelzaal is één grote open ruimte. In de zomer staat ook de deur naar de buitenspeelplaats vaak open.

11. Pedagogisch beleidsplan

De Mus draagt zorgt voor de ontwikkeling van peuters op de volgende punten.
a. Taal- en spraakontwikkeling
b. Creatieve ontwikkeling
c. Lichamelijke (motorische) ontwikkeling
d. Sociaal-emotionele ontwikkeling
e. Ontwikkeling van de identiteit en zelfredzaamheid
f. Verstandelijke ontwikkeling

a.Taal- en spraakontwikkeling
Bij alle activiteiten wordt aandacht besteed aan de taalontwikkeling. Doordat de leidsters duidelijk en constant praten met de kinderen wordt deze optimaal gestimuleerd. Ook als een kind nog moeilijk uit de woorden komt zal steeds getracht worden het kind te verstaan. Daarnaast wordt gestimuleerd om alles duidelijk te zeggen. Maar ook hier heeft ieder kind zijn eigen, unieke ontwikkeling. Op De Mus wordt Nederlands gesproken, zodat elk kind deze taal leert te begrijpen en spreken. Het aanleren van de Nederlandse taal gebeurt spelenderwijs, in de vorm van boekjes voorlezen, verhaaltjes vertellen, liedjes zingen, voorwerpen benoemen en gesprekjes voeren met de kinderen. Bij deze gesprekjes is het belangrijk om veel vragen te stellen en de kinderen de tijd te geven om een antwoord te formuleren. Door veel met kinderen te praten, komen ze in aanraking met allerlei woorden en hun betekenis en horen ze meer zinnen met een ingewikkelde zinsbouw. Het taalgebruik wordt aangepast aan wat het kind aankan. Tijdens het praten met kinderen wordt er door de leidsters op gelet of een kind duidelijk praat, of het alle letters kan uitspreken, of het te verstaan is en begrijpt wat er wordt gezegd, en of een kind al zinnetjes kan maken. Als een kind onduidelijk spreekt zal de leidster het slecht gearticuleerde woord zelf herhalen, of het laten herhalen nadat het is voorgezegd.

b. Creatieve ontwikkeling
Vrij spelen en expressieactiviteiten zijn een belangrijk onderdeel in De Mus. We laten de kinderen zoveel mogelijk hun gang gaan tijdens de activiteiten. De leidster stimuleert de kinderen door zelf mee te doen en een voorbeeld te zijn voor de kinderen die nog niet goed weten wat ze kunnen doen. De leidster zal de kinderen laten kennismaken met verschillende soorten materialen en laten experimenteren met creatieve middelen. De leidster laat de kinderen zoveel mogelijk zelf doen. Belangrijk is het om de kinderen vrij te laten in hun creativiteit. Sommige kinderen vinden bijvoorbeeld een werkje al af als er maar één ding is opgeplakt, andere kinderen kunnen er tijden mee bezig zijn. De leidster laat ten alle tijde haar waardering blijken voor het gemaakte werkstuk. Bij De Mus worden ook regelmatig de muziekinstrumentjes uit de kast gehaald. Verder zingen we elke dag bij het fruit eten een aantal liedjes en heel vaak wordt er een kinder-cd opgezet waar naar harte lust op wordt gedanst. Als het weer slecht is gaan we gezamenlijk knutselen. Wanneer de activiteit erg arbeidsintensief is (sjabloneren, handjes stempelen, knippen) wordt er gekozen voor een knutselactiviteit in kleine groepjes. Mogelijkheden: scheuren, prikken, knippen (oudsten), plakken, tekenen, kleuren, stiften, krijten, etc. Ook bij de knutselactiviteiten wordt gewerkt aan de hand van (seizoens)thema’s.

c. Lichamelijke (motorische) ontwikkeling
We letten zowel op de grove motoriek als op de fijne motoriek. De grove motoriek wordt overal buiten geoefend. Ons gebouw is gevestigd op de begane grond. Wij hebben een grote en veilige binnentuin tot onze beschikking. Hierdoor vinden elke dag activiteiten buiten plaats, mits het weer dat toe laat. In onze binnentuin staan een zandbak, een glijbaan en twee schommels. Voor het buitenspelen is in de schuur voldoende speelmateriaal aanwezig: zandspeelgoed, stoepkrijt, ballen etc. Er wordt veel geklommen, geklauterd en gehinkeld, en we hebben meerdere fietsen zonder zijwieltjes en loopfietsjes. De kinderen leren hiermee om het evenwicht te bewaren waardoor je sneller leert fietsen. Ook moet de tuin af en toe onder handen genomen. De kinderen hebben er veel plezier in door te helpen met het onkruid te wieden en in de herfst de blaadjes in een kruiwagen te stoppen. Bij hoge temperaturen wordt er met water gespeeld.
Bij slecht weer verplaatsen we onze activiteiten naar binnen, waardoor met name de fijne motoriek getraind wordt. Deze motoriek komt bij het knutselen aan de orde door te prikken, rijgen, knippen, scheuren en opplakken. Er zijn boeken, cd’s met kinderliedjes, spelletjes, verschillende gradaties puzzels, blokken, treinbanen, een keukentje en een winkeltje. Met klein speelmateriaal wordt aan tafel gespeeld. Speelgoed van binnen mag niet mee naar buiten genomen worden en vice versa.

d. Sociaal-emotionele ontwikkeling
Door de verticale samenstelling van de groep kan ieder kind uitstekend oefenen met sociale vaardigheden. Op de achtergrond is er altijd een leidster die de grenzen aangeeft.
Het kind gaat om met leeftijdgenoten en met jongere en oudere kinderen en dat resulteert in een gebalanceerde sociaal-emotionele ontwikkeling. De tweejarige peuter moet nog leren spelen en ontdekken wat hij met speelgoed kan doen. Hij leert dit niet alleen door stimulering van de leidsters, maar ook doordat hij andere kinderen ziet spelen. Omdat hij nog niet weet wat samen spelen is en omdat hij de wereld om zich heen nog egocentrisch (vanuit zichzelf) bekijkt, zijn er veel kleine conflicten. Wat hij wil hebben, wil hij dadelijk, ongeacht of er een ander kind mee speelt. Sterker nog, juist omdat een ander kind ergens plezier in heeft, wordt hij op het idee gebracht. Zo is samenspel vooral voor de jongste peuters een afwisseling van spel en kleine ruzietjes. Ingrijpen door de leidsters is echter bijna nooit nodig, omdat de ruzietjes het spel nauwelijks lijken te beïnvloeden. Bij gedrag dat niet genegeerd kan en mag worden, zoals plagen, pesten, buitensluiten of elkaar pijn doen, wordt er door de leidsters ingegrepen. Geduldig en vriendelijk, maar wel duidelijk wordt uitgelegd waarom iets niet mag. De leidsters benaderen de kinderen zoveel mogelijk op een positieve manier. Dit doen zij door complimentjes te geven aan de kinderen als zij iets goed doen. Wanneer een kind iets niet mag en hij/zij doet het toch, dan legt de leidster uit waarom dit niet mag. De sociale houding die het kind geleerd wordt komt overeen met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Naarmate de peuter ouder wordt, wordt hem aangeleerd rekening te houden met elkaar en elkaars eigendommen, elkaar te respecteren, voorzichtig en zorgvuldig om te gaan met het speelgoed en mee te helpen met opruimen.

e. Het stimuleren van de identiteit en zelfredzaamheid
Om de identiteit te stimuleren, gebruiken we regelmatig de voornaam en de kinderen leren spelenderwijs de namen van de andere kinderen. Het zelfvertrouwen vergroten we door het kind te laten ervaren wat hij al kan, hem te prijzen als hij iets goed doet, of hem te helpen waar dat nodig is. Dagelijks werken we aan de zelfstandigheids- en de zelfredzaamheidstraining, zoals zelf handen wassen, zelf jas aantrekken, naar de wc gaan, broek ophalen, maar ook een puzzeltje maken of zelf iets opruimen. Hierbij letten we op wat het kind al kan en waar hij op dat moment aan toe is. Doordat we genoeg ruimte geven voor zelfstandigheid en het kind laten weten dat hij fouten mag maken, wordt de zelfstandigheid gestimuleerd. Een kind dat uit ervaring weet dat hij fouten mag maken, durft er voor uit te komen dat hij iets niet weet of niet kan. Wij hebben verkleedkleding, een mini-keukentje en een strijkplank met strijkijzer waarmee de kinderen een rollenspel kunnen doen en de thuissituatie een beetje kunnen naspelen. Ook is er een leeshoek en een bank waar kinderen in een boekje kunnen kijken of voorgelezen kunnen worden.

f. De verstandelijke (cognitieve) ontwikkeling
Onder de verstandelijke ontwikkeling verstaan we het opdoen van kennis en vaardigheden en het leren denken en uiten. Dit leren uiten gaat natuurlijk hand in hand met de taalontwikkeling. In de eerste levensfase doen kinderen allerlei indrukken op en leren ze door waar te nemen, te ordenen en te sorteren. Ze leren het effect van eigen bewegingen en hebben in de gaten dat als ze bijvoorbeeld tegen een bal aanduwen dat deze gaat rollen. Langzamerhand leren ze door ervaringen de betekenis van allerlei begrippen, gaan ze zaken associëren, leren ze kleuren en vormen te herkennen en te benoemen. Het zelfstandig bedenken van oplossingen voor problemen door het kind is van groot belang in de verstandelijke ontwikkeling, bijvoorbeeld door zelf een puzzel proberen te maken. Er zijn puzzels met verschillende moeilijkheidsgraden, voor de jongsten zijn er insteekpuzzels, voor de oudsten zijn er ook puzzels met een extra moeilijkheidsgraad. Veel praten met kinderen, verhaaltjes voorlezen, puzzelen, kleuren maar ook het aanbieden van allerlei materiaal aan de allerkleinsten laat hen ervaren hoe bijvoorbeeld een bal aanvoelt en hoe een zachte knuffel. Het aanbieden van verschillende materialen en het doen van allerlei activiteiten die aansluiten bij de mogelijkheden van de kinderen en aansluiten bij hun belevingswereld zullen de verstandelijke ontwikkeling zeker ten goede komen.

12 Signalering en ondersteuning

12.1 Richtlijnen bij gesignaleerde problemen
De Mus c.q leidsters hebben een signalerende functie wat betreft mishandeling. De Mus maakt gebruik van de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en voert daarbij mogelijk een gesprek met de ouders. Bij andere gesignaleerde problemen – bijvoorbeeld in de ontwikkeling van kinderen – worden de ouders op de hoogte gesteld. Vervolgens wordt gezamenlijk gezocht naar een passende instantie die ondersteuning kan bieden. Hierbij heeft De Mus een samenwerking met Ouder- en Kindteam Centrum, waar onafhankelijk advies kan worden ingewonnen, en na overleg vervolgstappen genomen kunnen worden. Onze contactpersoon is ouder- en kindadviseur I. van den Bosch.

12.2 Richtlijnen voor het observeren en volgen van de ontwikkeling
Uiteraard volgen de leidsters de kinderen gedurende de ochtend. Als hen dingen opvallen bespreken ze die eerst onderling. Vervolgens, als daar aanleiding voor is, delen ze de observatie met de ouders. Meestal op een zo informeel mogelijke wijze, bijvoorbeeld bij het halen of brengen. Het streven is te komen tot één uniforme aanpak van bepaald gedrag thuis en bij De Mus. Observaties van problemen hebben uitsluitend betrekking op opvallend ‘anders’ gedrag of op(zorgwekkende) achterstanden in de ontwikkeling. De Mus legt observaties
nooit officieel op schrift vast.

12.3 Training en cursus

De leidsters hebben een belangrijke rol in het vroegtijdig herkennen van problemen bij kinderen. Het volgen van trainingen en cursussen die een aanvulling zijn op eerder behaalde diploma’s is mogelijk, maar niet verplicht. Het bestuur zal leidsters op de mogelijkheden wijzen.

13 Buitenspeelterrein

13.1 Buitenspeelplaats
De Mus beschikt over een ruime buitenspeelplaats. Om het buitenspelen veilig te houden hebben we een aantal regels opgesteld. Deze regels hangen in het halletje in het zicht voor iedereen.
– Als er kinderen buiten spelen moet er minimaal één leidster buiten zijn;
– Voordat de kinderen naar buiten gaan wordt gecontroleerd of het hek gesloten is. Controleer of deze gesloten blijft. De kinderen kunnen het hek zelf niet openmaken doordat de sluiting hoog zit.
– De glijbaan mag niet zonder toezicht gebruikt worden. De glijbaan wordt met een plank afgesloten als deze niet gebruikt wordt. De kinderen moeten van de trap gebruik maken om te glijden.
– De schommels zijn omsloten door middel van een hek. De kinderen mogen zelfstandig schommelen, maar dan mogen er niet meer dan twee kinderen binnen het hek zijn. Als er een leidster binnen het hek staat, mogen de kinderen binnen het hek op hun beurt wachten.
– Er mogen geen kinderen in de schuur (spelen). Leidsters halen de fietsen en het buitenspeelgoed uit de schuur en ruimen het daar weer op.
– Tuingereedschap opbergen en buiten het bereik van kinderen houden.
– De zandbak is dicht als het net erover gespannen is en er mag niet op het hek worden gelopen. Er mogen geen fietsen in de zandbak. Het zand moet in de zandbak blijven.
– Binnen- en buitenspeelgoed (met uitzondering van de poppenwagens) moet gescheiden blijven.
– Kinderen mogen alleen buitenspelen met daarvoor geschikte zomer- of winterkleren en de kinderen mogen buiten niet zonder schoenen lopen. Bij zonnig weer worden de kinderen ingesmeerd met zonnebrandcrème. Let op insectenbeten!
– Vuil direct opruimen.

13.2 Het gebruik van water of het zwembadje
Bij mooi weer mogen de kinderen buitenspelen met water (emmers water of plantjes water geven met de gieter). Om dit veilig te houden is er een aantal voorwaarden gesteld. Deze hangen in het halletje in het zicht voor iedereen.
– Als er buiten gespeeld wordt met water blijft de zandbak dicht.
– Het zwembadje mag buiten gezet worden en worden gevuld met water.
– Het zwembadje mag alleen onder toezicht gebruikt worden.
– Gebruik geen koud water, maar lauw warm.
– Het zwembadje wordt gevuld met emmers water, niet met de brandhaspel i.v.m. verzegeling.
– Nooit meer water in het badje dan op kniehoogte voor de kinderen.
– In het zwembadje dragen kinderen geschikte zwemkleding.
– Voor de kinderen een handdoek klaarleggen.
– Kinderen die een luier dragen houden hun luier aan (liefst een zwemluier).
– Voor het zwemmen worden de kinderen ingesmeerd met zonnebrand.
– Nadien worden de kinderen goed afgedroogd.
– Na het gebruik wordt het zwembadje geleegd en opgeruimd.
– Bereid deze activiteit goed voor.

13.3 Controle buitenspeeltoestellen
De buitenspeeltoestellen worden jaarlijks grondig door het bestuur gecontroleerd. De bevindingen worden bijgehouden in een logboek ontwikkeld door de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit. De toestellen worden gekeurd door het Keurmerkinstituut te Zoetermeer.

14 Vrijwilligersbeleid

14.1 Vrijwilligersovereenkomst
De Mus werkt met vrijwilligers. De vrijwilligers ondertekenen een vrijwilligersovereenkomst. In de vrijwilligersovereenkomst worden afspraken gemaakt over werkzaamheden, aanvang en einde van de overeenkomst, proefperiode, begeleiding, informatie, scholing, onkostenvergoeding, verzekeringen en geheimhoudingsplicht. Vrijwilligers worden in dit beleid ook leidsters genoemd.

14.2 VOG
Alle vrijwilligers zijn in het bezit van een VOG.

14.3 Scholing
Vrijwilligers doen een EHBO cursus voor kinderen van het Rode Kruis. Verdere scholing en training is mogelijk in overleg.

14.4 Pedagogisch beleid
Vrijwilligers lezen het pedagogisch beleid en zijn op de hoogte van de Meldcode huiselijk geweld.

14.5 Wettelijke aansprakelijkheid
Vrijwilligers zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid verzekerd.

14.6 Functieomschrijving
Vrijwilligers lezen de functieomschrijving met de eisen waaraan een vrijwilliger moet voldoen.

Functieomschrijving vrijwillige leidster peuterspeelzaal:

“Je houdt je bezig met de dagelijkse begeleiding en verzorging van kinderen. Je helpt de peuters spelenderwijs in hun ontwikkeling zoals beschreven in het pedagogisch beleid. Je bent twee ochtenden per week aanwezig op de peuterspeelzaal en draagt bij aan de gezelligheid van een speelochtend. Je bent naar de kinderen lief, geduldig, respectvol en duidelijk. Je stimuleert de ontwikkeling van het kind en biedt kwalitatief goede zorg en boeiende activiteiten. Je bent opbouwend en hebt respect voor de belangen van kinderen en hun ouders/verzorgers. Je hebt goede communicatieve eigenschappen. Je spreekt de Nederlandse taal en je bent in het bezit van een verklaring omtrent gedrag (VOG).”

14.7 Gedragsregels
Met de leidsters heeft Stichting de Mus de onderstaande gedragsregels afgesproken:
– We spreken niet over de hoofden van kinderen maar lopen naar elkaar toe om iets te overleggen en te bespreken;
– We spreken met elkaar op een rustige toon en passen ons stemgeluid aan;
– We spreken niet over privézaken en kijken niet op onze telefoon gedurende de tijd dat we met de kindjes bezig zijn;
– We blijven te allen tijde rustig, ook als een kind niet luistert of agressief reageert;
– We geven het goede voorbeeld en spreken niet door elkaar heen.
– We vallen elkaar niet in de rede als we met de kindjes bezig zijn, we wachten op elkaar tot we zijn uitgesproken;
– We zijn betrouwbaar en consistent in ons gedrag;
– We wijzen plagen en pesten ten alle tijde af;
– We benaderen kinderen positief en letten meer op de dingen die goed gaan dan de dingen die minder goed gaan;
– We luisteren naar de kinderen en nemen hen serieus;
– We praten niet over gedrag, huiselijke omstandigheden of andere (privacy) gevoelige informatie van het kind in het bijzijn van niet direct betrokkenen;
– Iedereen wordt geaccepteerd zoals hij is. Alle mensen zijn verschillend en dat is prima.

15 Bestuur

Peuters verblijven bij De Mus gemiddeld twee jaar. Om die reden is ervoor gekozen om het bestuur te laten bestaan uit ouders. Het dagelijks bestuur draagt op vrijwillige basis zorg voor de continuïteit, het personeelsbeleid, informatievoorziening en financiën. Het bestuur bestaat uit een bestuursvoorzitter, een penningmeester en een secretaris. Drie tot vier keer per jaar vindt er een bestuursvergadering plaats om de dagelijkse gang van zaken en het beleid te bespreken. De vaste bestuursfunctionarissen (voorzitter, penningmeester en secretaris) zijn in het bezit van een verklaring omtrent gedrag (VOG). De bestuursleden zijn ingeschreven als functionaris bij de KvK en vormen gezamelijk de rechtspersoon.

16 Informatiebeleid

16.1 Ouderavond
Het bestuur van De Mus organiseert minimaal twee keer per jaar een ouderavond. Ook wordt er ieder jaar een Musklusdag georganiseerd met alle ouders.

16.2 Oudercommissie
Peuterspeelzaal De Mus heeft geen oudercommissie. Bij voldoende animo zal deze worden opgericht. De oudercommissie is iedere oudervergadering een agendapunt en ouders kunnen op ieder moment bij het bestuur of de leidsters aangeven dat zij een oudercommissie willen oprichten.

16.3 Nieuwsbrief en WhatsApp-groep
De bestuursvoorzitter verstuurt minimaal tweemaandelijks een elektronische nieuwsbrief met daarin informatie over de gang van zaken. Indien nodig verstuurt De Mus belangrijke mededelingen via de mail buiten de reguliere nieuwsbrief om, bijvoorbeeld over ziekte en vrije dagen. Alle ouders worden na inspraak toegevoegd aan De Mus WhatsApp-groep. Daarin delen ouders informatie over hun kind en de gang van zaken bij De Mus.

16.4 Evaluatiegesprek en plaatsingsbewijs
Bij het plaatsen van een nieuw kind tekenen de ouders en het bestuur een plaatsingsovereenkomst. Er is dan ook kans om het pedagogisch beleid door te lezen en hier vragen over te stellen. In de weken na plaatsing van het kind worden de ouders bij het halen en brengen informeel ingelicht over hoe het kind functioneert op De Mus. Ouders kunnen op ieder moment een evaluatiegesprek aanvragen met het bestuur of een leidster.

16.5 Privacy
Ten aanzien van de persoonlijke gegevens van ouders en kinderen neemt De Mus de privacywetgeving in acht.

16.6 Geschillencommissie
De Mus is aangesloten bij de Geschillencommissie en heeft een professionele klachtenprocedure. Ouders kunnen een klacht ook bespreken met het bestuur of de leidsters.

16.7 Registratie
Stichting De Mus is een stichting met onderneming opgericht in juli 1985 door een groep ouders en ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te Amsterdam in het Stichtingenregister onder nr. 41204686.